|
CABARET GERADBRAAKT (met Math Leise) 1994 - 2003 DE PROGRAMMA'S
|
||||
| "De Tesj van Julliëtte" | ||||
| "Oas Keuning, inne verloare trek" | ||||
| "In de trein allein, Old Shatterhand woar al ummer links" | ||||
| "Op de basgitaar noa 't zuuije" | ||||
| "Drie deep en Hoëgkant gebakke" | ||||
| "Om de Dooie dood niet" (voor Yarden) | ||||
| "Twieë in e bekse mit teveul mayonaise" | ||||
| Integrale Tekst van "Drie deep en Hoëgkant gebakke" Opening (Konijn voor doek) (Tae Bo met Mattie) (De Alcoholieten)
Door de Poort van de GedrevenheidDon Quicotte("man mit de pansa")
Math : (op met doktersjas) Zo zijn er, dames en heren, mensen die denken een ander te zijn. Dat komt voor. Zo hebben wij hier binnen de inselling mensen die in de volste overtuiging zijn Napoleon te zijn, een ander waant zich Hannibal. Niet die vande olifanten maar die van het A-team. Zo hebben we er ook tussen lopen die er heilig van overtuigd zijn dat zij Julius Ceasar zijn. En om hen een potje te zien hartejagen met Jozef Stalin en Adolf Hitler geeft voldoende aanleiding tot een leuk gesprek, dat kan ik u verzekeren. Ook hebben wij er twee tussen lopen die denken dat ze cabaretiers zijn, ik noem maar eens geen namen. En van mij wordt verwacht dat ik een en ander reguleer, als God zelf. Toch zijn deze toestanden zeer ernstig dames en heren. Eigenlijk zeer triest te noemen. Tsja, u kunt daar wel mee zitten lachen, maar triest blijft het. (reactie publiek) Verdorie mevrouw, u bent hier niet voor uw plezier ! Het is in en in triest. Zodadelijk zal iemand voor u verschijnen...... ik vraag u dan ook niet te lachen. Ik kan me voorstellen dat het moeilijk voor u zal zijn, maar toch, probeer het voor deze keer. Het mag dan wel een zeer lachwekkend figuur zijn, maar tracht u in te houden..... Ik vertrouw op u....
Ray : (op als Don Quichotte, met houten stokpaardje, spaanse helm en zwaardje/lans, zingt Rawhide)
Math : Wat had ik u nu gevraagd. Ik vroeg het u aardig doch dringend ! Is het nu zo moeilijk om u even in te houden.
Ray : Sancho Pancho !
Math : Mijn God, is het weer zover... nu wil hij dat ik dat spelletje weer mee speel... Maar goed, je hebt ervoor gestudeerd of niet !
Ray : Sancho Panza, waarom heb jij je pak niet aan ?
Math : Omdat het een belachelijk pak is en die maillot me niet lekker zit...
Ray : Nou en !
Math : Ik vind dat genant. Dan denkt iedereen : O, daar komt hij binnen met een 2 liter thermoskan thee.
Ray : Ja lekker, doe maar een kopje en een wortel voor het paard.
Math : Dat bedoel ik maar, je begrijpt het !
Ray : Hu ?
Math : (gebaar) Boterletter !
Ray : Zachtjes gaan de paardevoetjes....
Math : Duracell (doet konijn na) U ziet het dames en heren, wat je met die mensen niet allemaal moet doorstaan. (interactie publiek) Enne paardje onrustig !
Ray : Ja, een beetje loops...
Math : Bij paarden heet dat rossig...
Ray : Nee, echt, deze is loops... luister maar : (hinnik, blaf) Maar ja weet je, dit paardje is sowieso een beetje onrustig van aard. Is vroeger een top spingpaard geweest.... Anneke Gronlo is er nog mee naar de Olympische spelen geweest en ja, als je zo'n tijd een kut op je r....
Math : Ankie van Grunsven....
Ray : Waat ?
Math : Je bedoelt Ankie van Grunsven, niet Anneke Gronlo....
Ray : Nee, echt Anneke Gronlo... luister maar.... (kuur op Brandend zand)
Math : (maant publiek tot rust)
(Sancho Panza verandert in agent)
Ray : (drie fases Paard onrustig, paard meppen, paard stil) Voor u staat : Don Quichotte. Bedroefd, maar staat. Vernederd en gehoond, uitgelachen en bespot. Eerlijk is eerlijk, die helm en dat paard, 't ziet ook belachelijk uit. De windmolens zijn niet meer. Verdreven door de wind die hen eens dreef, blies zij ook mijn levensdoel weg. Stil staan ze tegenwoordig. Onbruikbaar, niet meer nuttig voor deze jachtige maatschappij, sta ook ik David, oog in oog met mijn roerloze Goliath. Zo sta ik nu voor u, met paard en lans, zonder schijnbaar doel, echter met een onomkeerbare gedrevenheid. "Wer immer strebend sich bemuht, der koennen wir erlosen" zei ooit Goethe.... niet dat ik het hem zelf heb horen zeggen, maar hij zei het. En daarom moet ook ik door de poort van de gedrevenheid op zoek naar een nieuwe fictieve vijhand om de zoektocht des levens kleur te geven. Prachtige zinnen voor een en dezelfde frustratie. Ik krijg de schijt van die parkeermeters, en van dit dialect. Ik voel me net zo'n Auto Vleegtuug, loap noa de tap toe luuj. Waar haalt de overheid de arrogantie vandaan, ons waakzame burgers, te dwingen de goudstukken uit de lederen buidel te halen en te steken in de roerloze fascisten van hun onrechtmatige aristocratie.... En waarom, waarde Sancho Panza's van ........................ Om ons tijd te laten kopen. Tijd is de enige dimensie die niet in de schappen van de middenstand te vinden is. Alles is immers in deze maatschappij te koop. Macht, vrijheid, aanzien. Zelfs de liefde is te koop. In Heerlen hebben ze er zelfs een geheel park voor aangelegd. Met winkels en parkeerplaatsen erom heen en al. Er kan ook geskeelerd worden... Ik kan veel gedogen, waarde Rosinantes van het gedreven woord. Tijd is niet te koop. Tempus fugit, was reeds het advies van de Romeinen. De tijd vliegt.... De tijd vliegt dus en is dus niet te vangen. Toch laat het dictatoriaat ons daalders in metalen controleurs steken teneinde onze rossen te stallen.... Staakt broeders, automobilisten aller landen verenigt u.... Ga met de fiets ! In menige gemeente gaat u binnen twee weken dan te voet.... Aangezien de vleesgeworden parkeermeters met die pet die ons, op de illigaal na, allemaal niet past, te druk heeft onze florijnen uit de parkeermeters te tellen, in plaats van met eigen leven onze stalen rossen te bewaken.
Math : Moet ik er nog even een kwartje voor je ingooien... (in paard)
Ray : Een kwartje ? Wat krijg je tegenwoordig nog voor een kwartje ?
Math : Een verblijfsvergunning, als je het goed uitpreekt, kwartje jonge
Ray : Ook praktisch zijn de parkeermeters tegen ons. De bon wordt bij gebrek aan ruitenwisser tegenwoordig op mijn paard middels een punaise vastgezet. En het mennen van een paard met een wielklem aan het linkerbeen, is geen plezierige bezigheid.... Dat mag ik u verzekeren.... Sperti is dan de enige verzachting die de aardbeien dan nog gunstig stemmen.... De parkeermeter is de personificatie van de staalgeworden klokkijkende ambtenaar die ons op basis van uit de luchtgegrepen wetgeving ons laat bloeden zonder te voorzien in een doekje....
Math : Enne Quich, weer heavy aan de parkeermeter, jong.....
Ray : Nogal..... Enne.... parkeerdienst....
Math : Zwijg me over die klote parkeerdienst... Ik ben ME'er... Dat zie je toch aan die helm...
Ray : Verrek ja...... ik dacht al....
Math : Ik meen maar.... en nu ben ik opgezadeld met die klote parkeerdienst.... (ziet Raymond met paardje) Wat is ?
Ray : Ik weet 't niet maar dit is een heerlijke scčne om te spelen.....
Math : Man, hou je gezicht toch dicht.... Ik ga me toch een verhaal vertellen.....
Ray : Voel dan... (geeft paardje)
Math : (neemt paardje) Verrek, dit is lekker.... en helemaal als iedereen kijkt...
Ray : Je kunt te ver gaan...
Math : Dat zou genant zijn....
Ray : Dat bedoel ik niet....
Math : Ik wel, maar goed..... Ik heb dus parkeerdienst. En waarom ? Ik hoor hier helemaal niet... Ik ben ME'er , dat kun je zien aan mijn stoere blik... en mijn blinkende stok... Voel maar !
Ray : Ik geloof je zo ook wel....
Math : Twee weken geleden .... risicowedstrijd RKVVV "voelenderse Boys tegen PHQVHT "klummendere jonge" En dan gaat het hard, dat kan ik je verzekeren. Zo werd ik dan altijd ingezet bij het zwaarste supportersvak... de moeders.... En schreeuwen die vrouwen.. En op een gegeven moment zie ik een van die wijven in haar tasje duiken, ik denk nu komt 't... Ze haalt er een Napoleon snoepje uit...steekt dat in har gezicht.. ik zie nog dat ze het te snel kapot beet, want alle sappen trokken spontaan uit haar gezicht.... ze vermant zich en draait en gooit zo dat papiertje naar me toe... Ik denk ik splijt die ouwe de nekwervel, want als ik ergens niet tegen kan is het wel oude wijven die Napoleon papiertjes naar me gooien, ik trek die knuppel uit mijn zak...wil me omdraaien stoot zo tegen de grensrechter die het veld op struikelt en met zijn gezicht van een corner een uitbal maakt. De Fjes pikken dit niet en slaan de scheidsrechter om de doelplaa heen, die omvalt op de VIP tribune waar de burgemeester met zijn secretaresse hele andere dingen aan het doen is dan voetbal te kijken. Dus die vulpen van die secreatresse breekt af in de rug van de burgemeester die voorover in een draaiende cementauto valt. De chauffeur schrikt zo dat hij de macht over het stuur verliest en zo door 6 reserve Fjes en de kantine heen rijdt en de koffiejuffrouw een dwarslesie van een meter of zes bezorgd... En toen was er geen koffie in de rust...
Ray : En toen hebben ze je op de parkeerdienst gezet....
Math : Hu, nee... Een keer in de drie weken rouleren we... en hebben we ook parkeerdienst...
Ray : Ach zo.... Kom op.... Sancho Panza.... Op naar de windmolens....
Math : Maar ik wil helemaal geen dokter zijn.... Ik wil...ik wil zijn als jou Don Quichotte, laat me zijn als jou....
Ray : (inmiddels in witte jas) Kom maar... kom maar.. (terzijde) Tsja, als ze gaan denken dat ze dokter zijn, moet je gaan uitkijken....
Math : (neuriet zachtjes I'm a poor lonesome cowboy)
Ray : Kom maar, dan gaan we fijn naar de afdeling... gaan we daar fijn weer houten paardjes zagen....
Math : (als paard) Huu...
Ray : Ja, vandaag nog.....
Het verhaal van de zonderlinge zeven Ray : Een stad. Een grote stad. Met haar hoge ronde muren beschermde zij alles wat haar na aan het hart lag en hield dat buiten wat haar gevaar kon of zou berokkenen. Zes grote poorten die als ogen in de hoge muren staken maakten het verschil tussen goed en kwaad. Wat goed voor haar was, wat niet. Zoals iedere stad zijn hooggeplaatsten kent, kende ook deze stad haar dieppgevallenen. Zonder enige bescherming werden zijn buiten haar muren gesmeten, overgelaten aan hun eigen lot, deze zes vrijbuiters. Zes individuen die niet meer voldeden aan het beeld dat de huidige machthebbers voor de ogen getekend was, vandaar dat zijn moesten wijken. En zo zien wij deze zes verschoppelingen zoekende in de muur naar een ander oog waardoor zij weer naar binnen konden. Terug naar de bescherming van de massa, de veiligheid tussen het volk. Maar voor deze zes bleef elke poort dicht. Zes markante figuren op weg langs de stadsmuren, zoekend naar de deur, die hen weer zou binnenlaten. De vos liep voorop. Immers was hij als geen ander gewend met de hete adem van de boer op wiens kippen hij het had voorzien in de nek, deze achterdocht en paranoia te verdragen. De vos, ooit adviseur van de koning met list en bedrog vermomd als kennis hem ter zijde stond in de bange dagen van de stad. Reinoud, was de naam... Reinoud .... Oerlemans. Ooit hoog geëerd en gevreesd, maar na een verschijning in een lokale TV soap zonder pardon, en misschien wel terecht buiten de muren van de stad gesmeten... Achter hem de Haan, de wekker van de stad. Deed hij ooit dageraad het teken geven tot aanbreken, liep hij nu verward en onwennig als een wandelende hinderwet vergunning achter Renoud aan. Jaren lang wekte hij met zijn gekraai de stad. Voor de mensen in de stad brak de dag pas aan als hij kraaide. Toen na jaren bleek dat hij rond het kriekend uur pas beschonken thuiskwam uit de lokale herberg en met zijn gekraai meende aan te kondigen dat hij thuis was, stond de stadspoort voor hem open om voor altijd achter hem te sluiten. Dit had hij en zij, nooit gedacht.... Zes beesten achter elkaar om een stadsmuur, een vreemd gezicht wellicht, maar aangezien ik dit verhaal heb verzonnen, toch niet meer zo onwerkelijk als voorheen. Enkele zinnen in dit verhaal, dames en heren, zijn niet daadwerkelijk bedoelt om u alle facetten aan informatie te verstrekken, maar om alsnog de .............................. literatuurprijs in de wacht te slepen. Zes zonderlingen. Zes zonderlingen zoekend naar een eindpunt langs een ronde stadsmuur. Nageroepen vanaf de stadsmuren. Zonderlingen ! En dit soort krachttermen. We spreken hier over een vervlogen tijd, die niet zo respectvol en fatsoenlijk als de onze nu is. Doch eerlijk is eerlijk, zonderling waren zij ook. Deze groep van vrijbuiters. Nu mag het wel zo zijn dat in een tijd waar individualisme verdrinkt in de zee van het massa en de laatste deugden slechts nog te vinden zijn in de diepste krochten achter de dikke muren van zelfbehoud. In een soortige maatschappij speelt zich het verhaal af. Een maatschappij die in zijn jacht naar vooruitgang voorbij ging aan het een halt toe roepen van de achteruitgang. En in deze maatschappij vinden wij deze zonderlingen op weg. Zo ook de wijze uil die als een uitkijkpost boven hen cirkelde en hen snel waarschuwde voor elk naderend gevaar. Deze uil, ooit het wijste dier uit de stad, nu verstoten omdat hij niet wijsheid puurde uit de kennis, slechts wijsheid verkreeg uit de relativering der feiten. Ooit mateloos populair. Gevierd door een ieder. Door allen respectvol aangesproken met meneer en inderdaad... met vroeger zijn eigen kinderprogramma.... Zo liep ook mee in de stoet... de Leeuw, ooit koning der dieren... symbool van rechtvaardigheid..... De leeuw, die ooit als hetzelfde symbool, zijn eigen teloorgang inluidde. Rechtvaardigheid is een mooie deugd, als het universeel was. Eigen invulling van de deugd rechtvaardigheid leidt tot onvermijdelijke schisma's. En aangezien wezens niet bij machte zijn een universeel principe van een deugd als rechtvaardigheid aan te houden, moet er een koning zijn die het zijn onderdanen dicteert. Dit brengt evenwicht. Al moet ik toegeven, nu ik erover nadenken. Ik zie Willem-Alexander toch momenteel nog niet in staat zich met dit soort ideeen bezig te houden. De jongen is inmiddels 31 jaar oud, geloof ik, en speelt nog altijd met zand en water. Zo ver gaan we in dit land, dat als de kroonprins eigenlijk een Mavootje is, moeten we maar een passende opleiding in het leven roepen. Zo is Willem Alexander ook de enige in ons land die het gevoel heeft te studeren als hij staat te pissen. Watermanagment. Van de andere kant lag zoiets ook wel voor de hand, dat watermanagement... Nu zit het water ook in zijn familie. Julianakanaal, Beatrixhaven..... en daarnaast dat stelletje zeikerds van een schoonfamilie van hem wordt je ook niet gelukkig. Overigens, ik begin toch langzaam argwaan te krijgen bij de Oranje Nassau (Bernhard tegen Juliana Na Sau) tjes. Iedere Oranje vrouw van enige importantie trekt een vent uit Duitsland weg. Nu haalt eindelijk Willem er een uit Argentinië. Waarheen zijn de meeste Duitsers gevlucht na de oorlog. Waar niet eens een hete Ijslandse of sterker nog een Amerikaanse. Lijkt me wel humor aankomende koninginnedag dat dat mokkel in spijkerbroek door de Zaanstreek wandelt met een Big Mac in het gezicht. Nee, Koning Leeuw was koning leeuw niet meer.
B L A C K - O U T
Door de poort van de kennis
Kloten met kijkers
(Math als doe het zelver met schort en decoupeerzaag, Ray als kok met garde en staafmixer, openingsmuziekje)
Math : Nu zult u wel denken, kijk daar is Cas Spijkers....
Ray : Toch hebt u dan pech, want dit is kloten met kijkers.....
Math : Dames en heren, welkom bij ons gezellige wekelijkse klusprogramma : "Kloten mert kijkers" En onze vaste kijkers zullen wel denKen : Wat doet die kok nu weer bij ons gezellig klusprogramma....
Ray : Na het succes van de vorige week, heeft de programmaleiding besloten ons bijelkaar te zetten....
Math : En dat vinden wij gezellig....
Ray : Nou.... dus wil ik maar zeggen... En garde...
Math : Wat afgezaagd.... Dus dames en heren vanaf nu een gezellige combinatie in ons gezellige klusprogramma... Dit alles uiteraard in het kader van de bezuinigingen en het zinvol vullen van de zendtijd....
Ray : Nova is ook niet alles.... Zo dacht de programmaleiding verder, dat het combineren van een klus met een kookprogramma er verder zou zorgen de vaders weer eindelijk van het aanrecht in de tuin te krijgen en er verder voor te...
Math : ....zorgen dat moeders van vader's gereedschap afblijft....
Ray : ...mits vader daar uitdrukkelijk om vraagt..... Voor de kinderen is namelijk ook goed gezorgd... hier onder de workmate hebben wij een gezellig incesthoekje ingericht waar de porno versies van Donald Duck klaar liggen.....
Math : ... de XTC tabletjes gerangschikt zijn in rijtjes van drie....
Ray : En de drank goed gekoeld is..... Kortom we gaan....
Math + Ray :"Kloten met kijkers"
Math : Dus eerste rij... hoed u.... Weet u nog, vorige week hebben wij samen gezellig een paardje gezaagd uit zachtboard... weet u nog dat project voor het astmacentrum.... De kindertjes piepten van blijdschap....
Ray : En van dat paardje heb ik toen een lekker zuurvleesje gemaakt.....
Math : Vandaag gaan we samen gezellig....
Ray : Wacht even.... voor je begint... ik dacht dat het wel leuk zou zijn, nu we samen dit programma gaan maken... om te beginnen met een paar moppen... om de stemming er een beetje in te krijgen....
Math : ... een paar moppen... dat is altijd wel leuk.....
Ray : Want eerlijk is eerlijk... je bent ook maar een droge lul.....
Math : Dat komt door al dat zaagsel....
Ray : Nee, nee, niet dat jij er iets aan kunt doen... maar het is wel waar. Nou, komen twee lesbische cavia bij de kapper (zaag, zaag) waarop die kapper zegt (zaag, zaag) met zo'n piemel.....
Kunt u zich dat voorstellen mevrouw, zo'n (gebaar)
Zitten twee naakte vrouwen te kaarten op het Vrijthof... Komt een pastoor langs die (zaag, zaag) waarop die pastoor zegt :"Die touwtjes worden ook altijd korter"
Math : En zo dames en heren is het weer tijd geworden voor onze Tip top 5. De goeie en handige tips van alle kloter uit het veld.... Zou jij de eerste willen voorlezen. (begint te lachen)
Ray : Wat is er aan de hand ?
Math : Ik snap nu die mop van die cavia's
Ray : De tip top 5. Met onze eerste tip op nummer 5 : Wat te doen als je je met een hamer op de vingers slaat ? De hand kort dopen in kokend water...
Math : Wat zeg je me nu ?
Ray : Van die vinger heb je in ieder geval geen last meer....
Math : Tip numero 4. Een tip voor onze Duitse kijkers...
Ray : Hebben wij ook Duiste kijkers ?
Math : Blijkbaar ! Die camera ! (beiden kijken in camera, beweging)
Ray : Fuer unsere Deutche koeker, da volgende. Mochten Sie problemen unterfinden bei dem knoetselen, dan gehe Sie schnell nach Hause want dort is toch alles besser. Iemmers haben Sie hier schon geug gebaut
Math + Ray : Scheisse (vinden zichzelf enorm leuk)
Ray : Tip numero drie... U bent aan het tegenzetten op de badkamer en u ruikt gaslucht ? Wat te doen. De dag van te voren geen bonensoep meer eten....
Math : Straks meer Tip top 5, maar nu eerst ons konijnehok....
Ray : Ja, onze konijn in het zuur. En bij dit gerecht dames en heren komt een schandelige hoeveelheid alcohol kijken... Om te bepalen of de juiste drank is ingekocht, proeft u eerst.... (wordt snel lammer in navolgende scčne)
Math : Voordat u begint te zagen bepaalt u eerst hoe groot het konijn gaat worden dat in dat hok moet... Dan neemt u de latten...
Ray : (met pan) Panlatten....
Math : En zaagt u de latten afhankelijk van de grootte van het beest...
Ray : De grootte van de krak bepaalt ook hoeveel drank in het beest en jezelf moeten.....
Math : De lengte van de spijkers (nagel) is ook zeer belangrijk... aangezien het beest zich niet....
Ray : (met spijkers en potje) Veel kruidnagel (vindt zichzelf enorm leuk) Verdomme, ik ben een ouwehoer... Geef me die decoupeer zaag eens. (zaagt pluche konijn kop af) En in de pan met die krak.... en drank erbij....
Math : Goed schuren is ook heel belangrijk. Als we straks een beschermende verflaag willen aanbrengen, moet het hout goed glas zijn, zodat we een optimale coating aanbrengen....
Ray : Zorg ook altijd dat u van binnen ook goed "gecaot" bent.... Haal binnen, haal binnen, het wordt winter... Voor dit gerecht hebben we absloluut nodig... Karweizaad. En karwwizaad is een beetje moeilijk te krijgen. Ga naar u gespecialiseerde toko in de buurt en vraag erna. Extra tip : Loop nooit een karwei naar binnen en vraag op dit zaad, want u loopt zo (handen) naar buiten ! Hoor je, je loopt zo naar buiten....
Math : Tot zover het eerste deel van "kloten met kijkers" Na de reclame zien wij u graag terug bij deel II van "kloten met kijkers....
Ray : (lam) ..... met kijkers....
Math : Reclame !!! En koffie.....
B L A C K - O U T
Ray : Koffie, koffie, lekker bakje koffie
Math : (mept, geluid)
Ray : Auw
Ken en Mike II (the short sequel)
(Mike is als vanouds bijzonder enthousiast, Ken loopt schijnbaar tegen de VUT)
Mike : Goedenavond dames en heren en welkom bij Amazing Discoveries. Dit hebben we toch al een voorgedaan, of niet.... Vanavond hebben wij een product voor u, dat u leven gegarandeerd gaat veranderen.... Na het succes van de Can- crusher is hier voor u met een revoltionair product.... Ken Booze !!
Ken : Hai...
Mike : Dag Ken, hoe gaat het ermee, wat fijn dat je er weer bent...
Ken : Och...
Mike : Ken, laat het ons zien... we zijn nieuwsgierig... Laat ons zien wat voor een schitterend produkt voor ons hebt...
Ken : Och schitterend...
Mike : Ja, schitterend... daar ben ik van overtuigd. Laat het ons zien. Het publiek en ik zijn nieuwsgierig ! Niet publiek ?
Ken : Nou hier dan. (laat opener zien)
Mike : Waaw, wat een fantastisch vormgegeven produkt, Waaw, dit is fantastisch, ik weet nu al dat het mijn leven gaat veranderen, waaw, wat is 't ?
Ken : ....een opener...
Mike : Fantastisch een opener en hoe... Ja !
Ken : Je kunt er een fles wijn mee openmaken....
Mike : Je wilt ons zeggen, dat je er zomeer een fles wijn mee kunt openmaken. Wat een revolutio.... Werk je nog een beetje mee ?
Ken : En je kunt de fles, als je ze niet helemaal leeg krijgt mee vaccuum zuigen... zodat de wijn niet zuur wordt...
Mike : Zodat de wijn niet.... Wat moet ik daarmee ?
Ken : Dat zeg ik ! Iedereen met een beetje godverdomme in zich, zuipt zo'n fles toch leeg.... wat zit nog in zo'n fles wijn... dat is nog geen liter....
Mike : Dus eigenlijk hebben we er geen klote aan.....
Ken : Nee, geen klote....
Mike : Nou Ken, bedankt, Ken en stuur de volgende keer Barbie, lul..
B L A C K - O U T
(Klussenier gaat duidelijk geiiriteerd verder, kok zwaar in het rood)
Math : En zo zijn we na de reclame weer terug bij "Kloten met kijkers" We gaan verder met het vervolg van onze Tip top 5... Tip numero 4. U bent een toiletpot aan het plaatsen, maar u komt er niet goed bij. Wat kunt u het beste doen... Die man vragen of hij even van de WC wil gaan. Tip numero 5...
Ray : (muppet show kok, doorlopend)
Math : Tip numero 5 is tevens een kijkersvraag.... U hebt vloerverwarming aangelegd, maar bij de eerste keer gebruik smelten de kunstof schrootjes al. Wat hebt u verkeerd gedaan ?
Ray : (kijkt naar vloer en plafond)
Math : Schrijf het goede antwoord op een postkaart... dus niet het foute antwoord opschrijven, want dat rekenen we toch fout, dus schrijf het goeie antwoord op een postkaart....
Ray : ...en flikker die postkaart bij het konijn....
Math : En met onze prijsvraag is een fantastische prijs te winnen. Voor de eerste 10 goede inzendingen verloten wij dit Pamela Anderson "Doe het zelf siliconenpakket" compleet met handboor en twee tubes kit. Voor elk een.
Ray : ....ik neem nu mijn pneumatische staafmixer en mix die krak tot een gladde saus... Op de zelfde manier maken we overigens een glaasje sputnik. Hebt u na een avond stevig zuipen, 's morgens geen behoefte aan vast voer... Neem een glas, een sputniq, curry en mayonaise en (met staafmixer)
Math : Ons konijnehok is nu klaar en we zijn klaar om het beestje in het hok te plaatsten.... Waar is het konijn ?
Ray : Oeps.... ik denk dat stampertje geen hok meer nodig heeft....
Math : Jongens, wat is dit ? Zo kan ik toch niet werken... Ik wil Irene Moors terug.... Desnoods die flikker met die bloemen... Zoek jij je het maar uit... (af)
Ray : Dames en heren, fijn dat u keek naar "kloten met kijkers", ik hoop dat u heeft genoten en laat u het konijn smaken.... Volgende week "vrekken" we Bambi.....
B L A C K - O U T
Door de poort van de wijsheid
Ich Socrates, zet uch effe...... (de filosofie van 't "10er knelke")
Ray : Socratische deductie, is een term dames en heren die mij niets zegt. Een term die bedacht na mij. Nu ik erover nadenk, alles is na mij bedacht. Over Aristotelische metafysica hoeft u met mij niet bespreken en van de Platonische allegorie van de grot weet ik niets, helemaal niets. Een en ander is na mij bedacht. Voor mij was niets.... de filosofie begint officieel met mij. Dus op het moment dat ik spreek weten wij niets. Het weten komt immers na mij. Ik ben op dit moment wijs, sterker nog de meest wijze, omdat ik niets weet.
Zomaar een gedachtensprongetje... Ja, daar mag ik me in mijn vrije tijd nog wel eens graag mee bezighouden. Echter veel vrije tijd is er niet meer... Het zijn drukke tijden. Zoals u wellicht weet heb ik een aannemersbedrijf en daar, dat kan ik u verzekeren gaat veel tijd inzitten. Zo zijn wij als bedrijf gespecialiseerd in sanitair... en ik kan u verzekeren wij zijn een eind gekomen vanaf het gat in de grond.... Wij maken u een schijthuis, zo mooi, u zou er dan een dagelijkse bezigheid van willen maken... Schijten op niveau.. De mensen worden echter steeds veeleisender. Ze willen de vreemdste dingen... Zo kregen we laatst een aanvraag voor hangtoiletten. En gemakkelijk is dat niet.... Je zult toch eerst moeten zorgen voor een stevige balk... men wil toch een beetje luxe hangen... en dat gat in de grond moet duidelijk breder.... daar zijn we ook op een vervelende manier achtergekomen... Maar met wat degelijk personeel...lukt alles...als men het had. Want probeer daar maar nog eens aan te komen heden ten dagen. Ze zijn allemaal met andere dingen bezig... Zo hebben wij een timmerman, Pythogaros, die vent rekent je zo het hoekje van het latje uit, maar laat die kluns er geen spijker in slaan, want dat gaat mis... En nog maar over zijn leerling te zwijgen, die hypotenusa.... eigenwijs ! U gelooft het niet... ja, en zo groeien dan scheve verhoudingen. Onze man van het sanitair... Poseidon heet ie geloof ik, die loopt al zes weken in de ziektewet.... continue griep... last van het optrekkend vocht.... Maar hij woont ook niet echt droog.... En dan zit je met een onderbeztting. Te weinig personeel, dat is orde van de dag. Want ik heb ook al een metselaar, Hippocratus, op cursus zitten. Een EHBO cursus volgt hij. Dat moet tegenwoordig allemaal. Dat is zowieso een mooie die Hippocratus, die eet, die vent eet je de oren van het hoofd.
Math : (op, als Nico)
Ray : Wat moet dat voorstellen ?
Math : Ik ben Nico, van eigen Huis en Tuin… u had een probleem met de waterleiding….
Ray : Wat ?
Math : Ik ben Nico, van eigen Huis en Tuin… u had een probleem met de waterleiding….
Ray : Waar slaat dat nu op ?
Math : Ik ben Nico, van eigen Huis en Tuin… u had een probleem…
Ray : Ja, dat heb ik nu wel gehoord. Ik vraag je alleen, waar dit op slaat. Dit is toch niet meer te volgen… Ik zit hier als Socrates… en jij komt binnen als Nico
Math : van Eigen huis en Tuin.. U had een probleem met de waterleiding…
Ray : Ja…
Math : Ja…
Ray : Maar dat slaat toch helemaal nergens op…
Math : Nee…
Ray : Nee.. Dus wat kom je dan doen…
Math : Ik ben Nico van Eigen huis en Tuin.. u had een probleem met de wa…
Ray : Jij krijgt zodadelijk een ram voor je kop. Het slaat toch helemaal nergens op…
Math : Ik vind het wel om te lachen….
Ray : Ik niet !!
Math : Maar daar heb jij ook geen verstand van… (publiek) Maar als graag wat anders wil…. Wat is dit (geluidje) 24 letterwoorden lingo
Ray : Daar kan ik ook niet mee lachen… Dat heeft toch helemaal geen toegevoegde waarde. Dat heeft toch helemaal geen fluit meer met Cabaret te maken…
Math : Zal ik even de post van de fanclub voorlezen…
Ray : Wat ?
Math : Ja, mijn fanclub… want die van jou mogen na 19.00 niet meer op straat…
Ray : Hoeveel brieven heb je dan gekregen..
Math : Eentje en ook nog zelf geschreven…
Ray : Math, damp af…
Math : Wat wil je dan dat ik doe…. Zeg maar wat je wilt… ik speel alle rollen…
Ray : Afhouwe, dat moet je…..
Math : Dat kan ik ook… let op… en weg (draai) Wat zei ik je… Ja, onderschat mij niet… (af)
Ray : Ook de adelaar, het uitverkoren symbool van vrijheid, was ooit het wereldlijkste dier der dieren. Hij had mijn zijn wereldreizen de schijbaar platte wereld rond gemaakt. Hij had de wereld gezien. Woenstijnen doorkruist, zeeeen overgevlogen, bergen bedwongen en wolken overstegen. Hij had trektochten gemaakt met de wilde ganzen in Scandinavie. Hij had daar kennis gemaakt met Niels Holgersson. En misschien zoals u weet ging Niels elke dag op een andere ganzennek gezet en vloog met ze mee. Totdat het de adelaars beurt was de last van Niels te torsen... Maar principieel was hij en zei "Hou me "bloos" die Noorse kut kabouter van mijn nek af... En zijn reputatie nam af. Eenmaal terug in stad wilde ook niemand meer naar zijn reisverhalen luisteren. Hij maakte kennis met de haan en verzetten in nachtelijke uren liters vloeistof in de herberg en rochelden verhalen uit een ver en grijs verleden. Zo beperkten de liters wijn adelaars' vrijheid. Waar mensen vroeger aan zijn snavel hingen en hij met de trots van Marco Polo vertelden over zijn 80 dagen rond de aarde en zijn 20.000 mijlen onder zee, was hij nu verworden tot een soort Boudewijn Buch op het eiland Fajarta op zoek naar "het laaste ei van de kukkidukki vogel"
Het moge duidelijk zijn, zij waren hun spoor bijster. Na menige rondgang rond de stadsmuur, kwamen ook zij tot de ontdekking dat men rondjes liep. Na de 23e keer de poortwachter gepasseerd te hebben zei de schildpad : Ken ik jou niet ergens van ? De schilpad ooit binnen de stadsmuren het symbool van de humor. Schilpadden werden gezien als de talisman van de humor. Het relativerende element in moeilijke tijden. Schilpadden waren in ieder huis te vinden. Hun schild stond symbool als bescherming in slechter tijden. Naarmate jaren vorderen realiseerde men zich dat niet de schilpad het middel was, slechts het schild. Humor, dient ook kop en staart te hebben, was zijn argument. Hij, grootste onder de schilpadden, de zeeschilpad. Men was niet gediend van zijn argument en door de gehele stad werden schildpadden met een lepeltje uit hun schild gehaald en op advies van een zekere Lady Curzon verwerkt in goedriekende soepen. "Wegwezen" dacht hij. Nu is de wens de vader van de gedachte, alleen in zijn geval iets langzamer. Echter stond uiteindelijk buiten. Buiten de muur, maar met de humor nog stevig op zijn rug. "Ken ik jou niet ergens van ? " "Nee", zei de poortwachter, die niet goed opgelet had. De adelaar landde en meende : "Waarheen ?, ik zie van boven alleen een stad temidden van een uitgedroogde zoutbedding" Als we nu beginnen lopen... Of vliegen : zei de uil, ...of vliegen overleven we het niet. En waarheen uberhaupt zei de haan, en we zullen ergens naartoe. Waarheen dan ?, merkte de vos op. Dat weet ik ook niet, was het antwoord... maar we moeten ergens heen ! Waarom dan ? vroeg devos, de het meeste van zijn kennis had vergaard door het in twijfel trekken van vastgestelde waarheden. Waarom ? We zullen en moeten ergens naar toe moeten, anders houdt niemand zo'n lange inleiding als we hier zo zouden blijven zitten. Ik denk dat ik het weet, zei de uil die op de schildpad was geland. De uil die wijselijk dacht dat hij wist. Ooit hoorde ik de parabel van de stad van de zeven torens. Een stad met zeven antwoorden. Maar we hebben de vragen nog niet, dus daar moeten we niet zijn, zei de schilpad, die het praten met de uil op deze manier erg lastig vond. Maar, ging de uil verder.... wij zijn allen iets kwijt... Juist, stemde ieder in... En ieder die iets kwijt is, prijst zich gelukkig daar er een weg voor hem ligt.... hij kan gaan zoeken.... Dat gaat me iets te snel zei de schilpad.... Er gaat jou wel meer te snel, zei de vos, en zwijg nu, uil vertel verder over je stad met zeven torens. Ooit vertelde die parabel mij, vervolgde de uil die inmiddels uit gewoonte weer in een uitgedroogde boom had plaatsgenomen, ooit vertelde de parabel mij.... in de stad met zeven torens vindt men in haar fundamenten zeven kistjes. En die zeven kistjes geven antwoord op de zeven vragen des levens. De inhoud van de kistjes brengen het universele gereedschap voor het leven. Wat zit er dan in die kistjes ? vroeg de haan die zijn gedreven nieuwsgierigheid weer eens niet kon onderdrukken. Dat weet ik niet... lieve kijkbuis kindertjes... dat weet ik niet... De vos schraapte zijn keel en zei : Jij wil ons eigenlijk weet ik hoeveel passen door een onbekend land sturen, naar een stad waarvan je niet zeker weet of ze bestaat en je waarvan je niet weet of er uberhaupt kistjes liggen begraven en je geen idee hebt of en wat er in zit ? Zoiets, zei de uil... Dan lijkt me dat een goed idee, zei de haan.
Door de poort van de rechtvaardigheid(Klauwe, klauwe en loaker in de sjnië pisse)
(donkere sfeer, Chicago jaren dertig, Don Corleones (met tandartstampons), plantenspuit, zwarte schminck)
Math : Heb je de merchandise ?
Ray : Hu ?
Math : Heb je de merchindise ?
Ray : Hu ?
Math : (haalt tampons uit mond) Of je het spul bij je hebt ?
Ray : Heb ik... Goed spul deze week.... Zuivere koffie !
Math : Waar kan ik voor gaan deze week ?
Ray : Dat is een beetje koffiedik kijken.... maar je kunt je wel het een en ander uitzoeken....
Math : De familie zal blij zijn....
Ray : Hu ?
Math : De familie zal blij zijn.....
Ray : Hu ?
Math : (haalt tampons uit mond) Dan is die ouwe tenminste weer een week stil...
Ray : Oh !
Math : Hu ?
Ray : Oh !
Math : Hu ?
Ray : (haalt tampons uit mond) Oh...
Math : Laat me 'de stuf zien' ...... Ik ga deze week voor het theeservies en het uitschuifbaar maatschepje....
Ray : Dan kun je blij zijn... dit zijn punten van het zuiverste water... Ik heb vandaag 600 20 punters en 700 10 punters...... Als je wil kun je deze week voor het puntenbewaarblik gaan....
Math : Ach man, voor dat puntenbewaarblik moet je tegenwoordig zoveel punten neerleggen dat je niets meer over hebt om in dat puntenbewaarblik te doen !
Ray : Hu ? Maar laat ook maar zitten.....
Math : (geheimzinnig) Weet je nog wat ik je vorige week vroeg... Ben je daar nog aan weten te komen....
Ray : Ik kom overal aan (met hand op schouder)
Math : (afblijven) Heb je nog wat kunnen uithalen....
Ray : Waar gaat 't na toe met de wereld, maar het is jouw verantwoordelijkheid... (terzijde) Goorlap...
Math : Nu kom op met die Shell zegels...
Ray : Met extra Lego spaarpunten..... heet spul ..... goed spul....
Math : Zeg eh.... kun je eens voor me informeren... ik heb een klantje ... die moet ... airmiles...
Ray : Begin ik niet aan... Jip en Janneke mok, zeg hoeveel je er moet hebben... regel ik je. Maar Air Miles... Veel te link.... Ooh nee ! Veel te heet.... Dan heb ik zo de juten in m'n nek.... Zoek je daar maar iemand anders voor....
Math : Bleu band zegels ?
Ray : Kan ik aankomen ... drie weken leveren... voor wie ?
Math : Klantje...... met boter op het hoofd....
Ray : Kan ik regelen... maar zeg ik mijn bijzijn nooit meer Air Miles... Eén woord en er staat iemand bij je thuis.... En jij mag ze vertellen hoe je aan dat complete servies gekomen bent....
Math : Het is al goed... geen Air miles....
Ray : ....word ik pislink.... eens kijken ... 600 en 700, de lego zegels en hier doe ik je wat, en hou je gezicht hierover....
Math : Tsja, ver kreeg ik mijn bek toch al niet open met die dingen in mijn gezicht...
Ray : .. ik doe je een paar pickwick punten erbij.... komende week komt een kinky lepelsetje uit... Dat is dan 500 gram... 500 gram winegums... groene !
Math : Afzetter ! (met pasje) Pinnen.
Ray : (draait met onderste gedeelte van rug naar Math, jas omhoog) Pinnen ? Voor het zelfde bedrag ?
Math : (na pauze, tegen publiek emt macleans glimlach) Jongens, jullie mogen alles van me weten... behalve mijn pincode !
B L A C K - O U T
(twee autohandelaren, Amsterdams/Utrechts accentje)
Ray : Dan hebt ik hier een geil bakje voor je... puik wagentje....
Math : Wat een ouw rostbak....
Ray : Ook, ook, maar met een vossestaartje hier, dobbelsteentje daar, postertje van Frans Bauer op de hoedenplank en je maakt de Blitz met dit wagentje... Puik bakkie...
Math : Kanker wat een klote-bak.... En waarom leg die dooie kat achter 't stuur...
Ray : Kom nou, zeikertje... Is van een oud wijffie gewees... vergete de kat eruit te slopen.... ben blij dat ouwe betje niet verdroog over die pook hangt....
Math : Kolere, kanker, tyfus... krijg gauw de roltering....
Ray : En scheurbuik in de liezen...Brand tussen de dije... Geil wagentje, ech... ga je blij mee zijn...
Math : En wat is met deze dan ?
Ray : Dit... Ja, dit is het pronkstuk van Autobedrijf 'de blozende bougie' Ik ben zo weg van dit wagentje... ik zou 'm liever niet wegdoen....
Math : Dan zijn we hierover snel uitgeluld (loopt door)
Ray : Kut, niet zoveel lullen Arie, niet zoveel lullen.... Nu staat meneer toch bij een stukje hoogstaande techniek.... Een stukje hoogDuitse grundlichkeit zoals wij in het vak zeggen... een lekker comfortabel Frans modelletje.....
Math : Is dit allemaal nog handbediening....
Ray : Meneer, is een kenner... duidelijk, dat ziet ik zo aan zijn neus... Prachtig carooserietje.... degelijke staalcontructie.... mooi afgewerkt.... soepel motertje... en wijst ik de kenner even op een klein detail.... mooie chromen sportvelgjes...
Math : Man, 't is een Sparta Met....
Ray : Kan zijn... maar lekker luchtig... geil open dakje.... mooi in de zomer met het vrouwtje... lekker toeren.... mokkeltjes kijken....
Math : Het is een fiets, lul.....
Ray : Ja, ja, goed opgemerkt.... maar hier dan.... nooit meer dorst tijdens het rijden.... een mooie bidon voor onderweg.... stevig vast aan de carrosserie... en lekker ruim... kijkt u nou eens goed... wat een ruimte !!
Math : T's een tandem.....eikel
Ray : Dus nog extra PK's ook. En als we gauw tot zaken komen... gooi ik voor jou en moeders een geile regenponcho erbij....
Math : Groene....
Ray : Gele of Oranje..... , meer kan ik niet voor u doen...
Math : Groene.....
Ray : Meneer.... ik moet ook leven... vrouw in de bijstand en drie kinderen werkeloos....
Math : Groene....
Ray : Meneer heb een hart... een arme handelaar als ik.... en oma woont ook nog bij ons in... ik geef dit karretje bijkans weg....
Math : Groene....
Ray : Meneer, u vraagt teveel van me... Dit is een van de weinige karretje die de moffen hebben hiergelaten.... omdat mijn opa zaliger gedachtenis er nog op zat... Eén gele en Eén groene poncho verder kan ik niet gaan.... Ik geef mijn laatste hemd nog weg... ik gooi er nog een paar snelbinders tegenaan ook nog....
Math : Twee groene poncho's en we praten er niet meer over...
Ray : Mensen zoals als u maken de handel kapot. Akkoord
Math : (tegen publiek) Als je maar kunt lullen.......
B L A C K - O U T
Ray : Hé jij ....
Math : Nee, jij dan !!
Ray : Wat heb je...
Math : 'T wordt link... 't wordt heet....
Ray : Ze zitten boven dr'op tegenwoordig... Er is geen ruimte meer voor vrije handelsgeest.... de politie zit tegenwoordig al op internet...
Math : Cybercops noemen ze zich, de mongolen.... Computerwoute... Laat ons toch bezig... dat ze boeven gaan vangen... dat schijnt al lastig te zijn... Heb je nog wat kunnen branden....
Ray : Ik heb wat voor je... daar gaan je oortjes van rammelen.... Ik heb hier een illigale opnamen van een repetitie van de Liedse sleuteltjes in Gorcum.... in trainingspak....
Math : Ram kicke...ouwhoer... ram vet. (effe hakke)
Ray : En of dat nog niet genoeg is.... een thuis opname van de Haagse Hopjes, terwijl ze vol aan de winegums zijn.... (zint Oh, kom maar eens kijken met volle mond)
Math : Zeg, nu we het er toch over hebben.... heb je me die koud geperste single van Johnny Hoes nog kunnen uithalen....
Ray : Alleen de hoes.... Dat gaat je geld kosten... Dat is gewild spul... Wat meen jij dat dat opbrengt op de straat... Hoe zit het met mijn Disney's.... mijn klanten beginnen ongeduldig te worden....
Math : Een paar heb ik kunnen uithalen.... Die met dat chinees wijf.... "Mulijaan" , die versie ingesproken door Pierre Cnoops, heb ik geritseld....
Ray : Goed, jongen goed....
Math : En die versie van (geheimzinnig) Bambi.....
Ray : Ja, Bambi II with a vengeance.....
Math : Moet de hele straat 't horen, ouwhoer...... Dus die Bambi II, in Stampers holletje.... waar ze zitten te pokeren.... die krijg ik volgende week....
Ray : En hoe zit het met die Suskes & Wiskes ?
Math : Kan ik krijgen.... Zeg maar welke je moet hebben ?
Ray : (met lijstje) (Math wisselt na titel ad libitum Heb ik/Kan ik aankomen/volgende week/Niet meer te krijgen/Moet ik voor kijken enz.) Ik zoek nog : (snel, met nummers) 153 De poppende pappaver, 203 de rukkende riem, 58 de akelige acne, 96 de trekkende trekpleister, 143 de pissende pater, 199 de miemelende mee-eter (is het vervolg op de akelige acne) 245 de kotsende kleuter, 246 het onanerend oog en 215 de parel in de lotusbloem... o ja en nog 12 de leipe lamp hebben....
Math : Zo kunnen we wel blijven doorgaan.... We zullen toch nar een clou toe moeten...
Ray : Praat door, praat door !
Math : Maar het gaat toch vies hard op de pauze aan....
Ray : Dan zal voor dat het pauze is wel een clou zijn geweest....
Math : Weet je ergens kom jij me bekend van voor....
Ray : Meen je ?
Math : Neen, daarom zeg ik het.... Heb jij vroeger niet een videotheek gehad....
Ray : Ja... en nu je het zegt..... heb jij vroeger geen ijs verkocht.... Ouwhoer, Haar ben jij 't....
Math : Wil... ouwehoer.... ik had je bijna niet herkend zonder bril....
Ray : Zie je dat we nu een clou hebben....
Math : Maar geen sterke....
Ray : Nou en !
B L A C K - O U T
P A U Z E
Ray : De poortwachter die door de magistratuur geplaatst was aan de stadpoort meende zich te moeten mengen in het gesprek. Hij had zonder bedoeling iet opgevangen en daar per ongeluk zijn conclusies aan verbonden. De basis van menig binnenlandse veiligheidsdienst. Hij had wel eens gehoord van de stad van de zeven torens. Oh ja, zei de uil, die het twijfelen aan bestaande waarheden tot ieders irritaie nog steeds praktiseerde. Ja, of hij had het gelezen, of op teletekst of zoiets. Hoe is het dan met de sneeuwhoogte, wilde de schildpad weten. Van deze vraag kon de poortwachter geen soep koken, van de schildpad wel, echter van zijn opmerking niet. Nu worden poortwachters over het algemeen niet geselecteerd op hun gevoel voor humor. (Zaal, u bent lelijk) Hij had wel eens gehoord van de stad met de zeven poorten. Wat hij dan wel niets wist, wilde de haan weten. Niet, veel, was het antwoord. Nu is het zo dat poortwachters niet geselecteerd worden op hun brede algemene ontwikkeling. Voor poortwachters is het verschil tussen vriend en vijhand voldoende om de functie naar behoren te kunnen uitoefenen. Het verschil tussen vriend en vijhand ligt tegenwoordig niet meer voor de hand zoals in lang vervlogen dagen. Vroeger kon met de term vriend of vijhand met gemak een legerbasis verdedigd worden. Was het vriend, was het antwoord : "U drinkt toch zeker een glaasje mee", was het antwoord vijhand werd het matten. Tegenwoordig ligt deze zaak en zeker deze vraag een stuk gevoeliger. Voorbeeld, Pinochet is een vijhand van de mensenlijkheid, maar een vriend van het rechtssysteem. Ander voorbeeld. Toen wij in de 70 tiger en 80 tiger jaren om financiele redenen naar Joegoeslavie op vakentie trokken, wist praktisch niemand het verschil tussen een Servier, Bosnier of Kroat. Mischien zij zelf toen ook niet zo duidelijk als nu. Oostenrijk is een bevriend land, we moeten ergens gaan skien, maar Haidel, begint toch met een H en bestaat uit zes letters. Een bevriend politicus in een bevriend land, hoe lang nog ? Zolang er sneeuw valt in Oostenrijk en nu schoot het de poortwachter te binnen en begreep wat de schildpad bedoelde met de sneeuwhoogte... Hij had over de satd met de zeven torens gelezen op teletekst. Hij was op een verkeerde pagina terecht gekomen. Namelijk het nummertje vier en vijf op zijn afstandsbediening waren meer versleten dan de rest en zo niet goed drukkend op een andere pagina terecht gekomen. Dit typische verslijt schijnt in meerdere contreien voor te komen. Vertel nou door, verdomme, zij de adelaar die door alle terzijde geleuter zich danig in zijn vrijheid beprekt voelde. Ook een manier om het verhaal perspectief in zijn of haar volledigheid kwijt te raken. Zo weet ik nu weer, ging de poortwachter verder, zo stond het namelijk geschreven, de stad met de zeven torens gaat daar veder war het licht breekt. Daar hebben we godverdomme veel aan, zei de haan, die zijn gedrevenheid inmiddels niet meer kon ondrukken. Wat hebben we daar nu aan ? Wat bedoel je nu, ik snap er geen flikker meer van, zei de haan ! Kippepoot, zei de schildpad, en niemand begreep het. Wat dat betekent, weet ik ook niet, meende de poortwachter, zoals jullie wten worden poortwachters niet geselecteerd op dingen die ze weten en.... Ja, zo is het wel voldoende zei de vos. Dit geleuter begint me langzaam mijn kont uit de komen.... Jij uil. kom eens uit die boom. Als wij twee, ik met mijn kennis en jij met je wijsheid, als wij nu samenwerken, moet er toch wel een oplossing voor deze stelling zijn. Dat denkt ik niet zei de uil, mijn wijsheid komt voort uit jouw kennis, althans mijn twijfelen aan jou... Ik ben een gevolg van jou, geen aanvulling. Loop naar de klote, zei de vos. Maar de uil, eigenwijs als hij was ging weer in de boom zitten. Als je het niet erg vindt, ga ik hier even ziten, brabbelde hij nog. Langzaam maar zeker begon men weer beweging en geluid boven op de stadsmuur waar te nemen. De pauze was voorbij, mensen namen weer plaats op de stadsmuur om verder de zonderlinge uit te schelden en weg te jagen. Onschuldig volkvermaak, daar en toen, brood en spelen, TV was er niet, alleen teletekst roept de poortwachter. We gaan... riep de adelaar van boven in de ijle lucht, hij rook vrijheid.
En zo gingen zijn allen op weg. Het geschreeuw van de stadsmuur vervaagde in de wind. Toen eindelijk de haan het zich permiteerde om te draaien, was van de gevreesde stad niets meer over dan een vage schim aan de horizon.
En zo liepen zij dagen. Dagen weg van de stad. Zo kwamen zij langs een weide. Een groene weide, en in deze weide stond een schaap, een echt schaap. Dus geen lokale politicus van een of andere gemeentelijke splinterpartij, maar een met veel wol. U moet weten, het schaap stond in deze matschappij symbool voor de eenvoud, de simpliciteit, het onbezorgde. Waar wij in onze maatschappij wel een grappig gezegd wordt “welk een schaap” was het in die maatschappij een heilig symbool van eenvoud. Echter bij het schaap wie wij nu aanschouwen nam de eenvoud danig desctructieve vormen aan : Als een schaap grazend of herkauwend, biologie was nooit mijn sterkste vak op dat specifieke deeltentamen na (beweging) riep het schaap, in zijn of haar eigen dialect…. Shoarma…. De eenvoud dames en heren,een der rijkste symbolen uit de filosofie… (eerste rij) u benadert het…. Helaas volgens definitie van onze huidige maatschappij…. Doch daar was het schaap, grazend in de wei… Zoals de hele groep wist dat zij zitting hadden in het verhaal van de zonderline zeven was het kennis vermomd als vos, de vos vermomd als kennis, zoals u het wilt, die zich realiseerde dat de groep als zes niet compleet was zonder de zevende. Met alle wijsheden en gaven misten zij de eenvoud, en de zevende was gevonden.
Door de poort van de vrijheidRobin Claus(ich tege de welt)
Ray : Dames en heren, het materiaal dat wij u nu zullen presenteren is vrij recent. Het is dan wel niet zo extreem dat wij het geschreven hebben in de kleedkamer tijdens de pauze… maar vanmorgen bestond de navolgende scčne nog niet. Dames en Heren Geradbraakt aux expirement…
Dames en heren, ik vertel u het verhaal van Robin Hood...
Math : (op) Hier ben ik dan, Robin Hood.....
Ray : Math, dit is iets te vroeg, we dooen een mooie inleiding en dan kom jij magnifiacant op. Al denk ik dat veel van het effect al weg is nu...
Math : Meen je ?
Ray : Ja ! Dus rot nog even op als je wil....
Math : Godverdomme ! (af)
Ray : Ik vertel u het verhaal van Robin Hood ! Robin Hood, vrijbuiter, galgenaas...
Math : (op) Hier ben ik dan ..... ik geloof weer te vroeg, godverdomme... (af)
Ray : Robin Hood is het verhaal dat ik u ga vertellen. En ik moet u eerlijk toegven dames en heren dat ik normaliter een mens ben die de verhalen graag in zijn historische contaxt en charme plaatst. Naar mijn gevoel is een verhaal ook zo bedoeld en kan het ook alleen maar in die context begrepen worden....
Math : (op, met hoofd) Kan nog wel even duren geloof ik ?
Ray : Reken maar ! (Math af) Hoe graag ik ook het verhaal in zijn of haar natuurlijke stting aan u overgebracht zou zien, dienen wij tot de conclusie te komen dat wij hier voor u cabaret staan op te voeren. Daar mag dan wellicht niet veel van te merken zijn, maar de eerste inteek tijdens het schrijven van dit programma was toch cabaret. En in het caberet , gewaardeerde kunstliefhebbers is het, zeker in een warrige tijd als de onze, niet meer mogelijk om een verhaal zijn orginele charme te laten behouden. We moeten het verknippen, we moeten het ombuigen, we moeten er iets mee. Al is het alleen er voor te zorgen dat de schrijvende pers er ook zijn of haar voordeel met kan doen. Deze traditie is ingezet door een zeer gewaardeerd voorbeeld. Meneer Freek de Jonge. Iemand die de lijn heeft gezet van de orginele variant een confronterende parabel in het nu te creeeren. Zo zijn er ook voorbeelden van cabaretiers die deze leer dan ook volledig naast hun neerwerpen. Seth Gaaikema is hier een duidelijk voorbeeld van. We kennen ook allemaal de gevolgen.... Echter terug naar Robin Hood. Robin Hood, een duidelijke man van de negentiger jaren. Iemand vol kracht vol vuur, vol levensgeets, opgebouwd uit idealen, kortom iemand uit de negetiger jaren. U kent ze wel. Zo ja ? Wijs me er eens iemand aan. Velen uit de collectie aardappels van de negetiger jaren mogen de kalender van Justianus gunstig prijzen dat het 2000 werd aangezien niemand graag spreekt over de vorige eeuw. Ik moet er niet aan denken me omhuld van mijn generatie een tweede helft van een eeuw te moeten afmaken. Voordeel blijt dat wij die geschiedenis boeken niet meer hoeven te lezen, terwijl we ze toch wel geschreven hebben. Doch Robin Hood, een principeel uit de negentiger jaren. Een idealist uit de parkstad.
Math : (op) Ik onderbreek je niet graag, al denk ik dat ik deze zaal daar een plezier mee doe, maar zo was een en ander niet gerepeteerd....
Ray : Klopt, maar elke avond is anders...
Math : Reken daar maar op, als je volgende week in ................. alleen staat te leuteren.... Ik kom op..... Zo ! Op!
Ray : Teksten die in je tekstboek tussen aanhalingstekens staan hoef je niet van buiten te leren, sterker nog die hoef je niet te zeggen.....
Math : Je wordt met het jaar misselijker....
Ray : Van jou !
Math : Toch vind ik dit de leukste dialogen.....
Ray : Ja he ! Robin Hood... Zoon van een armzalige knopenhandelaarster in de parkstad. U moet weten zijn moeder was een van de laaste eigenaressen van dat soort schattige zaakjes waar alles en niets te krijgen was. Knopen, daar deed zij in. Garen en ritsen waren bijzaak, een klein zaakje midden in de parkstad. Natuurlijk werd zij ook van de markt gedrukt door grootcommercieelen als Hema en V&D waar je staande aan de kassa wel eens denkt : "Jij al 16?"
Ray : (als moeder) Ja jong, het is afgelopen, het is uit......
Math : Maar moeder onze zaak dan ?
Ray : Jongen, wij zijn al zo vaak door het oog van de naald gekropen, jong ik heb de knopen af....
Math : Maar moeder, wij kregen toch altijd de eindjes aan elkaar geknoopt ?
Ray : Ja, maar ons leven hangt aan een zijden draad..... En je vader is ook alle dagen gaar (en)
Math : Ja, mam, dat is kut.
Ray : Ja, zo'n dikke....
Ray en Math : Moet dat ? Ja, dat moet !
Ray : (als verteller) U moet weten zijn vader en haar man die in die beruchte negentigerjaren ervoor koos om het gevaarlijke middenstand beroep te verlaten teneinde hun inkomen veilig te stellen om naar de mijn te gaan werken. Die toen al dicht was. Kunt u zich de frustratie voorstellen ? Als u goed oplet als u langs het terrein van de Emma in Brunssum rijdt ziet u een verloren mijnwerker staan met een walkman op, met daarop de muziek van Carboon, die daar gewapend met schop en 'hammer' in de aarde staat te delven. Deze man heeft dit 15 lange jaren vol gehouden. Nu bleek ook zijn 'bleek' voller als zijn pungel rond. Maar daar ston Robin op straat. Alleen, verlopen en verlaten. Alleen wist hij nog niet dat hij die zou zijn die de grote strijd zou gaan aanbinden met de commercie.
Math : Dat hoor ik toch nu ?
Ray : Toen Robin naar buiten liep vond hij een donkere straat. Het was in de maand december, de dagen korter en met het logische gevolg dat de mensen minder tijd en meer geld te besteden hadden. (?) Hij zag ze lopen door de verregende straten, want sneeuwen deed het niet meer, Daar had het broeikasegeffect en alle vrouwen met haarlak wel voor gezorgd. Bepakt en bezakt met kado's. Ook zag hij de vleesgeworden wachters van zijn toekomstige vijhand de wethouder van de Parkstad. Sinterklaas en Kerstman die gezamelijk de grootste lol hadden. En daar zag Robin zijn toekomstig levensdoel. Hij zou de strijd aanbinden met de commercie, hij zou strijden voor de verheerlijking van het gebaar en vechten tegen de vergemakkeliking van de grote bedragen. Daar stond hij :
Math : Ik zal strijden voor de verheerlijking van het gebaar en vechten tegen de vergemakkelijking van de grote bedragen. Dat is een stevig ventje, vindt je niet…
Ray : Nou ! En zo liep Robin rond in de stad en zag overal de bepakte mensen die zich hadden laten leiden door de commercie. Hij vroeg zich af waarom de winkels zo laat nog open waren ….
Math : Waarom zijn de winkels nog zo laat open ?
Ray : Robin begreep het niet…. Aardedonker was het reeds en nog winkelende het publiek… Robin begreep het niet…
Math : Hu ?
Ray : Zo kwam onze held langs de plaatstelijke V&D en struikelend daar over een heilsoldaat die zijn laatste strijdkreet aan de straatstenen kwijt probeerde te raken….
Math : Wie ben jij ?
Ray : Ach, stamelde de heilsoldaat, ik kom maar niet Boven Jan…
Math : Dan zal men jou nu kennen als Kleine Jan….
Ray : Dat is ook lullig…. Zei de heilsoldaat… ik heet eigen Pierre…
Math : Begin je nu al te zeiken… Waarom zijn de winkels nu nog open, vertel het mij Robin Claus, de vrijbuiter van de parkstad… Vertel het mij Kleine Jan…
Ray : Pierre….
Math : Man…
Ray : Ik denk…ging Kleine Pierre ….
Math : Jan… man, heb ik hier nu helemaal niets te vertellen…
Ray : (na pauze) Nee. Ik denk vervolgde kleine… hij….dat de wethouder er iets mee te maken heeft. Sinds de burgemeester op gesponsorde zakenreis is blijven de winkels maar open. U moet weten Dames en Heren, de burgemeester had een afvalverwerkend bedrijf bereid gevonden voor hem en zijn vrouw enkele interessante studiereizen te subsidieren en de wethouder was aan de macht en had de winkelsluitingswet aangepast. Winkels hoefden niet meer te sluiten. De middenstand draaide 24 uur. En toen… deed Robin Claus een ontdekking….
Math : 24 uur een winkel geopend ? Hoe moet het nu verder met de slotenmakers. Welke 24 uur winkel heeft nog een nachtslot nodig ?
Ray : Hij en Kleine Pierre….
Math : Jan….
Ray : Ze hadden zeker vijftien minuten nodig deze openbaring te doorgronden. Na een kwartier meende Robin iets intelligents gezegd te hebben en stelde….
Math : Kom, kleine Jan…
Ray : Pierre…
Math : Jan…man toch…. wij zetten de strijd voort tegen deze beruchte wethouder… Wij binden het gevecht aan met deze sherriff van de parkstad…. Maar eerst….
Ray : Iedereen wachte in spanning op de volgende briljante opmerking van Robin…
Math : Eerst “drinke veer os d’r eine”
Ray : Zo gezegd, zo gedaan en ze vertrokken naar de herberg die geleid werd door Broeder Gregorius XIII. Hij was na zijn tijd in het Vaticaan en kroeg begonnen in een oud bordeel… Cafe “de Trapisster. Zo doken zij de kroeg in….
Math : Een roosvicee en een bakje nootjes voor hem….
Ray : En Robin zegt :
Math : Zeg, broeder Tuck….
Ray : Gregorius XIII….
Math : Jij begint mij vet te irriteren….
Ray : Dat is van het bier….
Math : Nee, niet dat je vet bent… dat je me vet begint te irriteren. Wie is de hoofdpersoon in dit verhaal…
Ray : Jij !
Math : Heel juist Clementje, heel juist. Dus lijkt het me ook logisch dat ik me bezig hou met de namen in dit verhaal… Dat lijkt me wel zo logisch. Is dat logisch.. of dat logisch is….
Ray : Dat is logisch…
Math : Fijn dat jij het begrijpt, fijn dat je meewerkt… Zeg broeder Tuck..
Ray : Gregorius XIII
Math : Maar Godverdomme… Kleine Jan…
Ray : Pierre…
Math : Jan… zeg jij nu ook eens iets…
Ray : Maar Godverdomme….
Math : Nu hoor je het… laat dat nu eens achterwege… Zeg broeder Tuck (houdt hand voor mond Ray) Waarom heet dat hier de Trappistter…
Ray : mmmmfmddmfedffmdd
Math : Wat ?
Ray : mmdmmdefffeeemee
Math : Wat ? Oh….
Ray : (snel) Gregorius XIII …. Dat heet hier de Trappister…dat weet ik niet…
Math : En zeg… broeder….. (vinger naar Ray) Waarom staan die mensen daar in die hoek zo trappelen….
Ray : Ja kijk, die mensen moeten naar de WC, maar die is boven….
Math : Maar… ik zie geen trap….
Ray : Daarom staan ze ook nog in de hoek….. Tsja, dames en heren, het was een raar cafe…
Math : Waard…. doe ons nog een roosvicee en een bakje nootjes voor hem….
Ray : Maar ik hoef geen nootjes meer, zei kleine Jan…
Math : Pierre… Kut !!
Ray : Weet je wat je wil….
Math : (wil reageren)
Ray : Maar wat gebeurde daar… wat was daar aan de hand… welk een tumult, de mensen begonnen uitbundig te schreeuwen, te juichen… Daar kwamen timmerlieden binnen en wat hadden zij bij zich….
Math : AAAA de Trap is ‘ter…
Ray : Juichden zij allen in koor…. Iedereen een rosevicee op mijn kosten… moet jij nog een bakje nootjes….. En kleine Pierre kotste pindakaas…..
Math : Zo, broeder… de schade… wat krijg je van me behalve hoofdpijn, begin eens te tellen, toch niet met de vork geschreven…
Ray : En zo gooide Robin alle klassiekers eruit…
Math : Of beter nog, jij broeder, jij gaat met ons mee… jij broeder jij bind met ons de strijd aan tegen de commercie,
Ray : Ja, eigenlijk maakt het geen klote meer uit, de trap is er toch en iedereen is pissen… en gaat het weer kleine Pierre…
Math : Hij heet Jan….
Ray : Dat kon ik niet weten…. En zo gingen zij op weg, naar buiten terug in de straffe winterwind….
Math : Ik vind het wel lekker….
Ray : En de de regen kwam met bakken uit de lucht….
Math : Kut (tegen Ray) Moet dat nu ?
Ray : Daar liepen zij… gedrieeen… tegen de commercie…. Langs de ramen van de overvolle winkels, de winkels waar de burger onzinnig geld aan elkaar spendeerde….. Maar opeens….
Math : Wat ? Wat ?
Ray : Rustig… wacht nu even…
Math : Ja… rustig…. voor mij is het allemaal nieuw…
Ray : Dat geloven die mensen niet…
Math : Op de onlogische manier zoals wij deze scčne spelen… ik denk het wel…
Ray : En opeens…. daar zag Robin….
Math : Waar ? Waar ?
Ray : Daar… daar zag Robin de poster… Daar was zij op een grote reclameposter in het raam van de kijkschop… Lady Marian… de nieuwe sensatie van dit jaar ! En zo stonden zij gedrieeen en zagen zij zichzelf in de spiegeling van Lady M., Lady Marian… Zo geobsedeerd als zij waren…
Math : (overdreven) Waaw… ongeloofelijk… waaw…
Ray : Broeder Gregorius was iets gematigder…. Nu kijk hoe zij uit de ogen kijkt… en waarom staat die mond zo ver open….
Math : Zij wordt mijn gade… ik Robin Claus, maak Lady M. de mijne…
Ray : Kijk ze heeft ook astma… je krijgt er gratis een pomp bij….
Math : Kleine Jan…
Ray : Pierre…
Math : Geld… geef mij het geld… ik koop Lady M….
Ray : Die heeft geen doos, die zit in een doos….
Math : Lady Marian wordt de mijne…. Geef me geld, kleine Jan…
Ray : Pierre. Maar we hebben geen geld Robin… En daarbij Robin, laat je niet vangen door de commercie….
Math : Daar heb ik niets mee te maken…. Ik wil M. nu….
Ray : Aan haar gezicht te zien…. kun je haar ook nu hebben… Maar onze drie vrijbuiters hadden geen geld. En zonder geld geen M. Bedroefd maar vol goede moed begaven zij zich weer op weg… Op weg naar een goed plan…
Math : Vannacht breken we in… vannacht stelen we Marian uit de klauwen van de commercie… Vannacht, als de winkels sluiten, is M. van ons… Wat is er kleine Jan…
Ray : Pierre…. Robin de winkels sluiten niet meer, hij peuterde een laatste achtergebleven nootje uit een holle kies, weet je nog… er is geen winkelsluitingswet meer…. dus vannacht inbreken lukt niet….
Math : Godverdomme !
Ray : Zeg, die Lady M van jou, zou dat familie zijn van Boney M…
Math : Hč ? We moeten een plan hebben… een plan !!
Ray : Hier is “inne plan” zei broeder Gregorius die inmiddels bij een Info bord stond….
Math : Terug naar de stad…. we overvallen het gemeentehuis… En als we eenmaal binnen zijn, stelen we alle vergunningen en stempels en dan is het afgelopen met de 24 uurs economie…. Kom mannen op naar het gemeentehuis…
Ray : Hij wordt langzaam simpel, zei broeder Gregorius XIII tegen kleine Pierre..
Math : Jan… Mannen, wat is dat daar ?
Ray : Wat ? (als broeder) Wat ? (als kleine Jan) Daar zagen zijn een van e de bizarste taferelen die ooit hen voor ogen waren gekomen… Daar stond daadwerkelijk…. was het echt… daar stonden…. B L A C K - O U T
D’r werme klaos en d’r opgewermde krisman
(Sint en Kerstman, in aanvang ruig, daarna flikkerig, bij elke lullige opmerking trachten publiek te winnen)
Sint : Hoi
Kerst : Hoi,
Sint : Wat kom jij hier zo vroeg doen ? Ik geloof je hebt je een beetje in de kalender vergist….
Kerst : Dat moet jij zeggen… je ouwe heilige…. het duurt elk jaar langer voordat jij weer naar Spanje opflikkert…. homo…
Sint : Wat moet jij sowiezo nog… er is toch geen kind dat in jouw gelooft… jij bestaat alleen bij de gratie van die domme Amerikanen, Walt Disney Puutscher…
Kerst : En jij dan….kleine kinderen bang maken met die darkroom knechten van je… viezerik.. bah… wiekser… Oh, Oh, nu snap ik waarom jij al die kinderen bij op schoot moeten… Oh Oh….
Sint : Potverdomme… wat durf jij te beweren…. Ik ?
Kerst : En nu snap ik dat van die roe ook… Bah…. Hoe zat het ook alweer… De kinderen gaan IN de zak mee naar Spanje… Bah… Ik ben tenminste het levend symbool van liefde met Kerstmis….
Sint : En de rest van het jaar sta je tot hier (arm) in die rendieren van je. Rudolf van achter te knijpen… daarom heeft ie ook een rode neus…
Kerst : Had jij niet een schimmel tussen de benen ? En is die wortel wel voor het paard ?
Sint : En als jij komt gaan de ballen in de boom… En de piek bovenop….
Kerst : Het enige waar jij nog opkomt… zijn de daken… “glietsj mer draaf, doe naate”
Sint : Met jou zet ik altijd nog altijd een boompje op…. zoek je ruzie soms..
Kerst : Wat wil je dan… hier kom hier.. dan
Sint : Met jou zet ik altijd nog altijd een boompje op…. zoek je ruzie soms..
Kerst : Wat wil je dan… hier kom hier.. dan
(vechtscčne)
Math + Ray : Jongens, jongens….
Ray : Zeiden zij allen…. Dit kan toch niet….
Math : Kunnen wij er wat doen, dat wij dit soort figuren tegenkomen…
Ray : En ook daar had Robin gelijk in…. als zoiets in een verhaal tegenkomt… je komt er niet omheen…
Math : Dat zeg ik…..
Ray : Het gemeentehuis, dat was het volgende doel. Binnenkomen was niet moeilijk. Het was er rustig. Nu is het volgens Pierre Cnoops altijd rustig op een gemeentehuis, het enige dat daar werkt is het hout van de kozijnen. Sloten zaten ook niet op de deur in het kader van de “breng de gemeente dichter bij de mensen”was er weer een open huis georganiseerd, waarop ook niemand van de burgers kwam opdagen. En daar stonden zij binnen, struikelden bijna over een junk, die daar een warm plekje had gevonden. U weet, iedere stad van enige importantie koopt tegenwoordig de junks uit Heerlen weg. Voor geinteresseerden heb ik een uitgebruide brochure in de kleedkamer liggen. Deze junk was echter apart, hij snoof gedroogde geitemelk en werd graag seksueel afgeronseld aan een paal in de wei, “wat ee heur”, maar dit terzijde.
Math : (sluipend) het is hier wel erg rustig…. en kijk het is midden in de nacht en alle ambtenaren zijn nog op kantoor… ze slapen nog…. zeker vergeten de gong van einde werktijd te laten klinken….. zou Cnoops dan toch gelijk hebben…
Ray : Wat komen we hier eigenlijk doen….
Math : De stempels en vergunning stelen…. zodat we vannacht kunnen inbreken in de Kijkschop…. Lady M is voor mij…
Ray : Is het dan niet makkelijker om het geld van de ambtenaren te stelen ?
Math : Dat gaat niet, slapend kapitaal….
Ray : Maar toch, zei kleine Pierre…
Math : Jan….
Ray : Steel het geld… dat gaat sneller…. Zo gezegd zo gedaan…. Ze stalen het geld van de ambtenaren en snelden terug naar de kijkshop… voor Lady M. Eenmaal in de kijkschop aangekomen vonden zij Lady M achter het glas.
Math : Ik wil…. ik wil Lady M inne… ik wil Lady M kopen, zij wordt de mijne…
Ray : Dat kan niet meneer… hier is niets te koop… ’t is een kijkshop.. zei de truttige verkoopster…
Math : Godverdomme…
Ray : En toen gebeurde het onverwachte…. op dit cruciaal moment zwichte ook Robin voor de zware druk van de commercie. Hij nam de kop ban kleine Pierre..
Math : Jan…
Ray : Pierre, en ramde daarmee de vitrine van Lady M. In haar volle glorie zien wij Lady M. naar buiten vastgehouden door Robin… even bleef het stil, maar toen… knal… knapte Lady M.
Math : Ja, ik was scherp…..
Ray : Wat is de moraal van dit verhaal…..
Math : Commercie is als een speld en een ballon… (prik) Uiteindelijk knapt er iets in ons….
Ray : Nou, Leise, filosofische conclusie….
Math : Altijd het laatste woord hebben, hč ?
Ray : Ja !
B L A C K O U T
Compleet waren zij nu. De zeven. De zonderlinge zeven. Op zoek naar daar waar het licht brak. Zeven dagen liepen zij, zeven dagen… Tot op de zevende dag het schaap vroeg “Waarnaar zijn wij eigenlijk op zoek” Naar de stad met de zeven toren, vertelde de uil die met zijn wijsheid zo dicht mogelijk bij de eenvoud wilde komen. Waar is dat dan, wilde het schaap weten. Dan heb je niet goed opgelet, schaap, de poortwachter vertelde ons daar te zoeken waar het licht breekt… Wel blijven opletten, krullebol, siste hij ietwat arrogant vanuit de ijle lucht. Daar was ik geloof ik nog niet bij, mompelende het schaap onverstaanbaar. Hij hield eenvoudigweg zijn mond. De groep werd onrustig, na dagen lopen was nog niets in het kale landschap. Ook de adelaar kon hoog boven de groep niets ontwaren. De vos en uil hadden voortdurend ruzie. De een meende het beter te moeten dan de ander en dat leidde tot zware en soms nachtelijke discussies. Totdat uiteindelijk het schaap het niet meer zag zitten. Hij kon eenvoudigweg niet meer tegen het gebekvecht en barstte in tranen uit. Grote druppel water vielen op de grond en spatten uiteen. Iedereen keek verbaasd naar het schaap totdat plotseling een kreet vanuit de lucht te horen was. Ik voel de zon, schreeuwde de adelaar en langzaam voelden zijn vleugels warm. De ijzige wind veranderde en de zon kwam hoog aan de hemel. Het landschap veranderde overal ontstonden groene weiden en werden de bloemen en planten zichtbaar. Zo raakte ook een zonnestraal de tranen van het schaap en brak haar licht. Er onstond een prachtige regenboog die beiden horizonnen met elkaar verbond. Ieder was verbaasd. Zij waren op de goede plaats aangekomen, daar waar het licht brak in de tranen van het schaap. Het schaap keek het meest verbaasd… Deze reclame heb ik nog nooit gezien, stamelde hij maar. Maar wat was dat… wie kwam daar in de verte aanhuppelen… Kenden zij deze markante figuur dan niet ?
Math : (op, in kaboutertenue, vrolijk huppelend) Hier ben ik dan, de regenboogkabouter..
Ray : Nee, gelukkig, deze kenden zij nog niet… Het was de regenboogkabouter.
Math : Dat zei ik toch, dat zei ik toch…. Ik ben de regenboogkabouter en ik bewaak mijn pot met geld… en daar blijven jullie met jullie gore poten vanaf…
Ray : We willen je pot met goud ook helemaal niet, zei de haan, wij zijn op zoek naar de stad met de zeven torens, die in zijn gedrevenheid het belang van het aards slijk onderschatte.
Math : Daar geloof ik geen ene klote van… Jullie komen dit geld pikken… Geef het maar toe, maar jullie krijgen niets, helemaal niets…
Ray : Luister mongool, zei de adelaar die inmiddels was geland…
Math : Nee, kabouter, kabouter, en jullie krijgen mijn geld niet…
Ray : Luister Malloot, we willen je geld niet, wij zijn op zoek naar de stad met de zeven torens en dat geld van je zal ons roesten.. Trouwens dat is geen geld, dat is een pot kolen, daar heb je niets aan….
Math : Ik weet wel wie jullie zijn… jullie zijn de handlangers van die Rien Poortvliet…. Jullie komen mij vangen zodat ik weer met mijn blote reet in een kabouterboekje getekend wordt… geef het maar toe… maar ik laat me niet meer door zo’n hert in mijn hol neu….
Ray : Even overleggen zei de vos. Meestal zijn de laatste woorden van zo iemand nog wel een beetje zinnig… maar ik heb de indruk dat we de laatste woorden van deze DAVID nog niet hebben gehoord… Dat valt wel te regelen zei de adelaar die samen met de haan eens lustig op deze kabouter begonnen de rammen… Hoever zijn jullie, wilde de uil naar een half uur aftuigen weten. Bijna klaar zei de adelaar, die nog snel het bloed van zijn snavel veegde. Het is een taaie… Dat is toch tekenend voor die kolere kabouter, zei de haan…
Math : Zie je nu wel dat jullie door Rien Poortvliet zijn gestuurd om mij te tekenen….
Ray : Hou toch een godsnaam eens je muil, zei de vos. Wacht eens even, ging de vos verder… zet hem eens rechtop, we krijgen hem wel aan het praten… Hehe, we waren bijna klaar, mopperden de adelaar en de haan in koor. Laat me nu maar even, meende de vos. Duw die pot met kolen eens om…
Math : Blijf van mij geld….
Ray : Dat zijn kolen, dat zei ik toch al, zei de adelaar terwijl hij de pot omtrapte. Zo, zie de vos, nu moeten we hem alleen nog het vuur aan de schenen leggen… Dan praat hij vanzelf…
Math : Maar ik weet niets….
Ray : Kom nu, was het antwoord van de uil, als de schrijvers je op dit moment in het verhaal laten opdraven, moet je ook een toegevoegde waarde hebben.
Math : Daar heb je ook gelijk in….
Ray : En daarmee was de kabouter het vuur aan de schenen gelegd en begonnen de kolen langzaam te smeulen…. Zie je nu wel dat dat geen geld is maar kolen, zei de leeuw die nu ook eens de bek opendeed. (Waarschijnlijk waren de schrijvers mij vergeten, riep hij om het verhaal een driedeminsionele daar te geven) Zie je wel dat het kolen zijn, en geen geld…
Math : Ja, maar het was zwart geld….
Ray : De schildpad grinnikte, dat had mijn tekst kunnen zijn, maar goed de kabouter was eerder… Zwart goud, grapte de schildpad nog na. Dat waren natuurlijk kolen op het vuur en langzaam begon de kabouter te smelten. Wellicht zoals u weet, kabouter verbranden niet, kabouters smelten. Wetenschapplijk bewijs hiervoor is dat wij in de literatuur van Rien Poortvliet geen negerkabouters tegenkomen. Op de pygmeeen na, zei de uil die zich in het verkeerde verhaal mengde. Kortom kabouters smelten en zeker deze…. Toen het langs de punt van zijn muts lagzaam begon te druppen.
Math : Zoek naar het bos dat zingt, daar vinden jullie de volgende sleutel tot de stad der zeven poorten.
Ray : Ja, kut, zei de leeuw, die een beetje van zichzelf schrok, de volgende sleutel, ik geloof dat deze toch nog lang niet voorbij is….
Math : Voor mij wel…..
Ray : …..melde de kabouter die inmiddels volledig was gesmolten….
Math : Weg met Rien Poortvliet…..
Ray : En gingen zij op weg, op weg naar de volgende sleutel naar het zingende bos. En zo vervolgenden zij hun weg. De regenboogkabouter gemolten achter latend op weg naar het zingende bos. Wat stond hen nu weer te wachten, voor welk een dilemma vonden deze zonderlinge zeven zich nu geplaatst. Het was de leeuw die als eerste sprak. Wat mij langzaam begint te irriteren is het feit dat we van poortwachter naar kabouter en nu weer naar een zingend bos…. Kan niet gewoon iemand zeggen neem de A2 draai de E 25 op en bij het kappelletje links. En iedereen stemde in. Dat zou een stuk gemakkelijker zijn. En mij een hoopwerk besparen realiseerde de verteller zich.
Langzaam viel de nacht. Auw zei de schildpad die haar op zijn hoofd had gekregen. Ben maar blij dat ze langzaam viel zei de haan. Aangezien het programma haar einde naderde besloten zij ook snachts door te lopen. De nacht was zeer donker. Overal hoorde men vreemde geluiden van rochelende mensen en krakende chipszakjes. Hier en daar werd een verkoudheid in een neus geblazen. De uil en de adelaar voelden de ijskoude wind in hun veren snijden. Bos, schreeuwde de adelaar, als een uitgedroogde piraat boven in het kraaienest. De adelaar en de uil vlogen over de bergkam en zagen achter deze pas een uitgestrekt bos. Toen ook de rest van de dieren op de richel van de kam waren aangekomen zagen ook zij een groot bos voor hen liggen. Een zwart-groene vlakte onder de donkere hemel. Maar wat is dat zei de haan, die iets meende te hebben opgemerkt. Midden in het bos was een lichtje te ontwaren, een licht schijnseltje in de donkere vlakte… Kom we gaan, riep de adelaar, weg gaan en dook de vallei in. Toen de dieren zich omdraaiden om de kam af te dalen hoorde men de wind in de lucht spelen. De wind woei door de takken van het woud en maakte de volgende melodie….
Math : (niet zichtbaar) Meneer, meneer Kaktus, doe bis noe oet der tied, De smurfe hubbe kanker, en klein duimpje ’t fiet…
Ray : En zo liepen zij door het donkere bos. Met alleen het geluid van het lied en de adelaar boven hen als leidraad. De uil was er even tussn uitgegelipt, hij had in de nacht enige familieleden horen roepen en had snel een familiereunie georganiseerd. Geld speelde geen rol in die familie…. een oudoom was vroeger eens een lijmfabriek begonnen….Oehoe…. Steeds luider werd het geluid, steeds luider….
Math : (niet zichtbaar, echter harder) Meneer, meneer Kaktus, doe bis noe oet der tied, De smurfe hubbe kanker, en klein duimpje ’t fiet…
Ray : Langzaam begon het licht duidelijk te worden. Daar op die open plek zat de bosnimf waarna ze op zoek waren…. De bosnimf in het bos dat zingt….
Math : (niet zichtbaar, echter harder) Meneer, meneer Kaktus, doe bis noe oet der tied, De smurfe hubbe kanker, en klein duimpje ’t fiet… (enz) Ich bin lesbisch….
Ray : Nou en… zei de leeuw….
Math : Ik geef het je toe doen… heb je al eens zo’n pakje aangehad… Mot van dat wief aaf…
Ray : De dieren stonden een beetje verdwaasd te kijken. Wat moesten zij nu met deze markante figuur. Zij wisten niet goed welke weg in met deze Tinkerbell of liever gezegd (laag) Tinkerbell. Toch misten zij nu de wijsheid van de uil… het leek of een deel van de basis was ontnomen, zij voelden zich niet zeker…
Math : Maar, het is goed dat jullie hier zijn. Heeft verdomme ook nog wel even geduurd. Ik zit hier de hele dag te wachten op zo ijskouwe steen…. en wordt dan nog maar eens lesbisch… maar goed… heeft toch even geduurd, heeft die verteller jullie weer eens opgehouden….
Ray : Nu stop een met dat drie D geneuzel, zei de vos… de Veldeke literatuurprijs zal inmiddels wel binnen zijn.
Math : Maar al met al… ik heb nu kouwe kloten…
Ray : Daar gaat die Veldeke prijs, mompelde de schildpad…
Math : Bek dicht, allemaal ……….. Oh ik niet ! Zo, nu lopen jullie hier rechtdoor en gaan jullie naar de brug der zeven zuchten… daar staat een ouwe kankker, paar vragen beantwoorden en verder… duidelijk… okee ! Hoie…
Ray : Wacht eens even, zei de Haan, kan dat ook wat cryptischer. Ik vind het zo wel erg duidelijk… Ja, zei het schaap, wat willen we nog meer….
Math : Het is ook nooit goed, stelletje peimelen…
Ray : En daar kwam plotseling de uil binnen vliegen…. de uil die ondanks het lijm snuiven niet lang was blijven plakken. Hei Theo….
Math : Hei meneer de uil…. hoe is het ?
Ray : Verwarring ontstond tussen de dieren. Dit begrepen ze niet. En namen allemaal de mimiek van het schaap aan.
Math : Ja we kennen elkaar, ik heb toen hij vroeger die serie had, in dat pak van Ed en Willem Bever gezeten….
Ray : En hoe is het nu ? wilde de uil weten…. Hij is lesbisch zei de schildpad..
Math : Ja, lesbisch….
Ray : Daar was ik al bang voor, Kom jongens we gaan… wat wil je als zo lang in het pak van Ed…
Math : ….en Willem
Ray : .. en Willem Bever hebt gezeten, mompelde de uil nog na…
Math : Hei, op de weg terug, neem me een pakje Caballero mee ! Zonder filter.
En zo vervolgden deze zonderlinge zeven hun weg op zoek naar de brug met de zeven zuchten. B L A C K – O U T
Door de poort van de Humor(D'r Hergott en Christus in de hemel) (Van ood op nuuj)
(God is gekleed in wit hemd met een Mickey Mouse pet, met daarop een oplichtende tekst : GOD, Christus gekleed in zelfde witte hemd en colbertjasje)
Ray : Ik had niet gedacht dat ik het ooit zou zeggen, maar ik ben God zelf. Ook niet gedacht dat het zo snel zou gebeuren. Ik ben zelfs mijn vader voor. Ik ben 't. Dames en heren, aanschouw mij, ik ben de schepper van u allen. En ik mag u vertellen een ontevreden schepper. En nu ook als ik zo eens rondkijk, wat heb ik er verdomme toch een paar keer naastgezeten. Denkt u maar niet dat ik tegenwoordig nog full time schep. Dat zou te druk worden. Veel van het kleine schepwerk heb ik uiteraard uitbesteed, en als ik zo eens naar de eerste rij kijk, denk ik toch dat ik er weer een paar moet ontslaan. Denkt u nu maar niet dat hier in de hemel alles pais en vree is... Het was er lekker rustig en bekwaam, tot dat die oudste van mij weer thuis kwam wonen... Ichverdomme, wat een eigengereide etterbak. Maar dat heeft hij van zijn moeder. Iemand die ook sterk achteruit gaat, Maria. Vroeger kon er links en rechts voor de spanning nog een verschijninkje af, maar tegenwoordig heeft ze het te druk met kienen. Juda draait de balletjes... Nee, die is te vertrouwen... Dat kereltje loopt hier de hele dag rond als een verdwalde Yup alsof hij God zelf is... terwijl.... juist. Kijk, eerlijk is eerlijk, zo hebben wij toch beiden onze sporen achter gelaten op aarde. Sterker nog ze hebben er twee toch redelijk lopende boeken van gedrukt. Toch, ik ken geen bundel dat vaker in de herdruk is gegaan als die twee over ons. En dat Oude testament, toen ik me er nog redelijk actief mee bemoeide vind ik nog wel een lekker verhaal.... Daar gebeurt tenminste iets, daar verzuipt eens een Egyptenaar, daar kom eens iemand met twee stenen een berg afgemarcheerd, maar het vervolg, dat tweede deel, vind ik qua verhaal zwak. Nu heb ik dat meer, ik vind deel twee altijd zwakker als deel 1. Loopt hij daar beneden te verkondigen dat het allemaal van mij af komt. Ik denk maar zo, als je het zelf niet in je hebt, moet je niet anderen de schuld geven. Vind nog dat ik het lang heb aangezien. Toch de clou van deel twee kan ik waarderen, strak einde.... en mooi in scčne gezet. En natuurlijk hoor ik alle atheďsten in de zaal denken, die hele bijbel is verzonnen... ook... maar jullie zullen zich vanavond toch wel het meest lullig voelen, want ik zit hier !
Toch valt er in de hemel weinig te lachen vandaag, om een beetje spanning te krijgen hierboven, heb ik Maria Magdelena een eigen zaak laten openen en reken maar dat dat leven in de brouwerij heeft gebracht.... Af en aan zie ik ze vliegen.... Jezus Christus die tent loopt...
Math : (komt terug van squash) U had mij geroepen vader ?
Ray : Ik nee ? Ben je nou alweer op die squash baan geweest, Man doe jij niets anders...
Math : Toch wel vader !
Ray : O ja, mij wat aan mijn kop lameteren....
Math : (wil met handdoek bezweet gezicht afvegen)
Ray : Laat dat ! Als dat gezicht van jou op die handdoek komt hebben we weer 2000 pallaver... Ik zie nog al die pauzen binnen komen : Was dat nou echt die doek ?"
Math : Vader... spot niet met u eigen geloof....
Ray : Als ik jou zie... was ik beter loodgieter geworden.... Had ik jou van koper gemaakt, heilig vat...
Math : Vader, hebt u gedacht aan onze werkbespreking....
Ray : Ja, heb ik ! En hou eens op met dat gevader... weet hoe vaak ik dat per dag hoor !
Math : (met map, vergadersfeer, Ray blijft ijsberen) Vader, ik heb de cijfers van dit jaar ?
Ray : En heeft het wat opgebracht dit jaar ?
Math : Nee !
Ray : Wat nee !
Math : Vader, ik denk dat we moeten overgaan tot faillissementsaanvraag en daarna wellicht een doorstart maken....
Ray : Ik zie het al voor me ! Al die mensen beneden, 75 jaar geploeterd komen ze eindelijk in de hemel, hangt er een bordje : Failliet ! Kunnen ze nog ergens anders heen.... (kijkt) Wie is dat ?
Math : Dat is Pamela Anderson, vader....
Ray : Mijn Ik, die heeft een bos hout voor de deur ! Heb ik dat gemaakt ?
Math : Nee, vader, dat heeft een arts gedaan....
Ray : Dan laat die maar eens naar boven komen, zo tieten wil ik ook...
Math : Over het naar boven komen gesproken, vader, u weet dat wij Petrus op het net gezet hebben...
Ray : Je had hem beter netkousen kunnen geven, had je hem geloof ik een groter plezier mee gedaan !
Math : En klaarblijkelijk heeft zijn PC een millenniumprobleem....
Ray : Hij heeft een wat ? Een millenniumprobleem... Jong, die was al een probleem toen je die 2000 jaar geleden in die band van je nam...
Math : Vader, een beetje meer respect voor je eigen schepping...
Ray : Ach man, ik heb meer plezier gehad aan ABBA als aan jullie dertien... (kijkt) Mijn God, wat heeft die Hitler toch een verschrikkelijke grote bek... Ja, mijn fout bij die...
Math + Ray : Ben ik toch een beetje "uitgeroetscht"
Math : Vader, ik zou het prettig vinden als u even bij het onderwerp bleef. Wat wij nodig hebben zijn slogans. We moeten de hemel weer populair maken... Vader... luistert u wel....
Ray : (kijkt) Pats... en daar gaat Willem de Zwijger weer langs de trap af... Balthasar, Balthasar...
Math : Vader u luistert u wel ?
Ray : En nog zegt ie niks....hoor je ! Goeie kerel die Willem... Beter als wat we nu hebben daar in dat Nederland.... Moet je die Claus zien... (shake it baby)
Math : Vader !
Ray : Ja !
Math : Vader, ik constateer een probleem. Als we de mensen boven krijgen.. kiezen ze vaker voor de concurrent dan voor ons....
Ray : Zou ik ook doen, als ik moest kiezen.... (kijkt) Wat is die Clinton daar aan het doen.... Ik heb het verkeerde vak gekozen...
Math : Vader, we moeten gaan denken aan de PR. We moeten reclame gaan maken....
Ray : Ik dacht toch dat we genoeg reclamejongens daar beneden hadden lopen... Ze pakken het niet allemaal zo bijster goed aan, maar goed, reclame maken we. Plus, we hebben Sinterklaas nog... dat is goeie PR
Math : Dat is voor kinderen vader, daar gelooft geen volwassene meer in. Daarnaast wordt hij ook verdrukt door de Kerstman...
Ray : Boeit niet, maken we die ook katholiek... (kijkt) Maar wat is dat ? Oh nee, toch niet !
Math : Ik heb een aantal reclamekreten ontwikkelt en ik zou graag zien dat u naar mij luistert.... Vader, die helse concurrent gaat ons voorbij! Hebt u die posters gezien ? Vuurtje !
Ray : Weet je welke ik ook leuk vind ? De hel, steek bij ons je eigen lichtje op ! Die vind ik erg sterk....
Math : Precies ! En daarom moeten wij een passend antwoord bieden.
Ray : Voorbeeld !
Math : Ik had gedacht aan : Ook voor het gewone volk, bij ons ieder zijn of haar eigen wolk....
Ray : Weik !! Daar komt toch geen hond meer op af ! Als je al een slogan wil moet ie harder ! Confronterender : "Hie in d'r hieëmel, gein gezieëmel, vleugel op d'r ruk en nooit meer truk !"
Math : Vader !
Ray : Zoon !
Math : Ja vader !
Ray : Jong, wat ben jij een aardappel......
Math : Vader ! Zo bent u geen voorbeeld voor de mensen...
Ray : (beweging)
Math : Mam, help me... dit gaat niet zo langer
Ray : Je kunt roepen zo lang je wilt... je moeder is kienen...
Math : Alweer....
Ray : Nu we het toch over je moeder hebben, zeg eens tegen je vader dat het eens moet ophouden. Ik weet niet meer waar ik met al die gedraaide kandelaars naar toe moet....
Math : (naar apostelen, in coulissen) Jongens help, me dan... Waar zijn jullie als ik jullie nodig heb... Andreas, blijf uit je kruis.....
Ray : Nu roep die dan eens naar binnen... alle.. kom eens hier... Jij Judas, laat die (JO) Haan een met rust en kom eens hier....
Math : Raymond, dat gaat niet, er kan niemand meer opkomen, we zijn maar met z'n tweeën.
Ray : Sorry deze rol bevalt zo goed, alsof je als Don Quichotte een paard tussen je benen hebt....
Math : Gaat dit nog ergens heen ?
Ray : Ik denk 't niet ? Of dit nog ergens heen gaat..... Jawel.... nu kijk.. zie je daar.......... Zie je ze daar staan…
Math : Wacht… ik ga kijken….
Ray : En zo vervolgden deze zonderlinge zeven hun weg op zoek naar de brug met de zeven zuchten. Waar zou die brug zijn, vroeg de leeuw, die duidelijk in zijn tijd als koning leeuw niet vaak zelf te weg heeft moeten zoeken. Wijsheid zei de uil, de logica verlangt dat daar een brug is waar water of een ravijn is…. Ik zie nergens water, riep de adelaar boven uit lucht…. Deductie sprak de vos, ergo zoeken wij naar een ravijn. Juist zei de uil… Het zal wel zei het schaap. En zo liepen zij door het onherbergzame landschap. Rotsen staken hoog boven hen uit. De zon stond hoog aan de hemel en de stralen verbrandden alles wat zij op weg naar de aarde tegenkwamen. Het land was uitgedroogd. Geen levend wezen te zien in de verste omtrek. Hier er daar zag men de uitgedroogde skeletten van teletubbies. Langzaam begon de extreme dorst hen naar hun hoofd te stijgen. Men was zo dorstig men wilde het schaap laten huilen zodat men dan tenminste kon drinken van zijn tranen. Het schaap kon eenvoudigweg niet. Het was zo uitgedroogd dat de cel los in de kern heen en weer sprong. De haan had er de meeste moeite mee. Hij was sowiezo van de groep al de persoon die het meeste vocht tot zich nam en nu moest hij het stellen met zijn eigen zweetdruppels…. De adelaar en de uil moesten lager vliegen omdat zij hoog in de lucht te dicht bij de zon waren en zo hun veren verschroeiden. Ze kwamen langs een groot pretpark midden in de vlakte… de Efteling heeette het, maar dat bleek een Fata Morgana te zijn. Zo liepen zij op zoek naar de brug. Zij waren inmiddels al 5 bruggen gepasseerd, ook dat bleken Fata Morgana’s Dan zal dat ook geen echte Albert Heijn geweest zijn daarnet… Wacht eens even zij de Haan.. als jij die AH en ik, dan was het geen… Bedoel je die AH daarnet…. melde de leeuw. Verdomme, hadden we dat geweten…. Ik, ik, ik kan niet meer, zei het schaap en zakte door zijn achterbenen. Dat ziet gek uit, zei de Haan.
Math : Hallo
Ray : En alle dieren keken verbaasd om zich heen…
Math : Hallo…
Ray : Wat klinkt het hier hol….
Math : Wat wil je met zo gezicht als klankkast. Ik ben de brugwachter…
Ray : Zijn we dan eindelijk bij de brug… zei het schaap…
Math : Ik ben de brugwachter Fata Morgana…
Ray : He, verdomme zei de leeuw… alweer een Fata Morgana, kom we gaan…
Math : Nee, ik heet Fata Morgana… Jullie zijn aangekomen bij de brug der zeven zuchten….
Ray : Ik zie geen brug zei de vos….
Math : Dat is een kwestie van willen…
Ray : Ik wil heel graag, antwoorde de vos, maar ik zie geen brug…
Math : Vertrouw op de brug, dan zal ze er ook zijn…
Ray : Ja, dikke lul zei de haan… je kunt me nog meer vertellen. De schildpad zag er wel de humor van in en samen met het schaap drongen zij zich naar voren en de schildpad vroeg : Dan laat ons langs, we zijn op zoek naar de stad met de zeven torens…
Math : Dat weet ik.
Ray : Hoe weet u dat ?
Math : (beweging) Ik weet alles….
Ray : Laat ons nu langs, wat eerlijk is eerlijk, u staat ons behoorlijk in de weg…
Math : Dat hoor ik vaker. Jullie komen niets langs..
Ray : Ach kom nu… wij zijn nu zover gekomen, we willen snel naar de stad met de zeven torens en dan een hotelletje, barretje, hapje eten en pitten… Morgen is weer een dag…
Math : Jullie komen niets langs, tenzij jullie de zeven vragen beantwoorden. Zeven goede antwoorden geven toegang tot de brug der zeven zuchten en het land van de stad met de zeven torens.
Ray : Wat moet die Francois Boulangier, die op een achterafje stond en niet goed opgelet had. Kom maar op zei de vos, zeven vragen en de brug is voor ons…
Math : De zeven vragen…. Jullie krijgen allen een vraag. Geef je het foute antwoord zullen jullie automatisch het ravijn inslingeren… Schaap…. Waar vind men het water zonder land…
Ray : Even bleef het stil… Iedereen keek in spanning naar het schaap. Het schaap keek om zich heen…..en barste in tranen uit…
Math : Goed geantwoord.
Ray : Hu ? zei het schaap
Math : Adelaar. Wat is vrijheid.
Ray : De adelaar landde en sprak.. in de woorden van Janis Joplin. Freedom is just an other word for nothing left to loose… De brugwachter was licht van stuk en antwoorde…
Math : Ik spreek geen Engels… Uil…. wat is wijsheid…
Ray : De uil landde op de schouders van de brugwachter en zweeg. Dit was teveel voor de brugwachter en stortte zich met alle geweld in het ravijn en schreeuwde…
Math : Verdomme ik had nog zo’n leuke vragen….
Ray : Dat was dat zei de uil… Kom mee, over de brug… Maar ik zie in deze mist geen brug, sterker nog ik denk dat er helemaal geen brug is… De haan drukte zich naar voren. Gedreven als hij was voelde hij dat zij kort bij de stad waren en spoorde ieder aan hem te volgen. Alle zeven sloten zij hun ogen en legden hun vertrouwen in de haan. Ze volgden hem over de brug en toen zij de andere kant van het ravijn bereikten en weer vaste grond onder hun poten voelden trok de mist op en zagen zij 100 meter verder een brug. Er klonken zeven zuchten….. Snappen doe ik het niet zei de schildpad, maar ik denk wel dat we geluk hebben gehad. En zo liepen zij de heuvel op en eenmaal boven op de heuvel zagen zij de stad met de zeven torens. Zo liepen zij in slagorde richting de stad. Zij aan zij marcheerden zij voortwaarts met de adelaar en de uil als beschermers van de lucht. Het einddoel was in zicht en ieder voelde zich gesterkt in zijn kunnen. Zij hadden het gered. De parabel had gelijk. De stad kwam dichter en dichter. De zeven torens staken hoog boven de grote stadsmuur uit. Eenmaal bij de muur aangekomen vonden zij geen ingang alleen stond voor hen een bordje met daarop de tekst : De poort is daar waar de steen lacht… We blijven wat aan de gang, zei de leeuw. Wat nu weer. Wacht maar zei de schildpad… ik heb nog wel een goeie mop, daarmee krijg ik deze muur ook wel mee aan het lachen. Iedereen keek in spanning naar de schildpad. En het bleef stil. Dat zul je nu altijd zien.. zei het schildpad, als je er een nodig hebt, schiet je niets te binnen. Zachtjes, maar hoorbaar hoorden zij de muur. Zij hoorden het geschuifel van stenen die over elkaar gewreven werden met daarin een licht lachje. Toen bleef het stil. Vertel er nog een, spoorde ieder het schildpad aan. Het schildpad dacht zo hard na dat men zijn schild hoorde kraken, pakte de microfoon en sprak…..
Math : Man, vrouw in de auto…met een kapotte hond op de achterbank op weg naar de dierenarts en snelheid 140 door de bebouwde kom. Opeens loopt een kabouter over straat, de man kan nog net die kabouter ontwijken. Godzijdank zegt de kabouter, wat ben ik blij dat u mij niet overreden hebt, wilt u misschien een wens doen… Ik kan namelijk een beetje toveren. Nou, zegt die man, je zou me een groot plezier doen als je de hond van mijn vrouw weer tot leven wekt. Dat zal niet gaan zegt de kabouter, ik kan wel een beetje toveren, maar ik ben God zelf niet die kan beslissen over leven en dood, kan ik niet wat anders voor je doen.. Nou, denkt de man, mijn vrouw is ook niet de knapste, misschien kan de kabouter daar iets aan doen. Gezamenlijk lopen ze naar de auto, de kabouter bekijkt de vrouw en vraagt : Laat me die hond nog eens zien ?
Ray : En de muur bulderde van het lachen. Van beiden zijden schoof de muur uit elkaar en maakte zo de poort voor de zeven zonderlingen. Daar stonden zij midden op het plein omringd door de zeven torens. Als bezetene begonnen zij te breken aan de torens, op zoek naar de kistjes in de fundamenten van de torens. Zo als elk dier een eigen toren voor zijn rekening nam, braken zij steen voor steen een stukje van zichzelf. Toen de fundamenten van de torens bloot lagen vonden zij inderdaad de kistjes. Tanden en klauwen werden op hang en sluitwerk gezet om ervoor te zorgen de kistjes zo snel mogelijk te openen. Toen de zevende maal het hout van de kistjes kraakte vonden zij zeven briefjes. Geen schat, geen goud, geen antwoord. Zeven briefjes. Zeven briefjes met elk een woord, een deugd. Vrijheid, Rechtvaardigheid, Humor, Gedrevenheid, Wijsheid, Kennis en de eenvoud.
Licht teleurgesteld stonden zij tussen de resten van eens zeven torens. De zeven torens waar zij weer en wind voor hadden doorstaan. Dagen voor hadden gelopen. De torens zijn er niet meer. In de blinde furie afgebroken op zoek naar een antwoord dat reeds door hen zelf was gegeven.
|